Naar de inhoud

Wetenschap

“COVID-19”, Psychologische Operaties en de Oorlog om Technocratie

Bijgewerkt: 19 mei 2025
Reflecties op mijn boek op de eerste verjaardag van de publicatie ervan, evenals op de vervallen staat van de academische wereld.
Door: David A. Hughes; bron: dhughes.substack.com
Op 18 april 2024 werd mijn eerste boek gepubliceerd door Palgrave Macmillan: “Covid-19,” Psychological Operations, and the War for Technocracy, Volume 1.

Op deze eerste verjaardag van de publicatie had ik bedacht enkele korte overpeinzingen te geven.

Mijn eerste reactie op de publicatie van het boek was een combinatie van schok en vreugde. Schok omdat het definitieve manuscript in juni 2023 werd ingediend en het tien maanden duurde voordat het werd gepubliceerd (ik vroeg me eerlijk gezegd af of het stiekem gecensureerd werd, maar het was gewoon een zeer teleurstellende ervaring met de uitgever). En vreugde omdat ik wist wat een grote impact dit boek zou hebben in open access formaat.

covid typewriter
Toen ik het manuscript inzond, kreeg ik te horen dat het in oktober 2023 zou worden gepubliceerd. Ik had niet de middelen om het boek in open access te maken en ik verwachtte ook niet dat ik die middelen zou krijgen. In de academische uitgeverswereld vindt een enorme uitbuiting plaats:  het kost meestal meer dan 10.000 pond om een open access monografie te publiceren.

Ik heb nooit een cent verdiend aan de verkoop van mijn boek. Het is gebruikelijk in de academische wereld dat auteurs niets verdienen, waarbij de academische uitgeverijen misbruik maken van het feit dat auteurs afhankelijk zijn van het “prestige” van de uitgeverij om hun carrière vooruit te helpen. Academische monografieën zijn meestal erg duur en een groot deel van de winst komt van universiteitsbibliotheken die gedrukte exemplaren kopen en/of betalen voor digitale toegang.

Terwijl ik in november 2023 steeds meer gestrest en gefrustreerd raakte door de voortdurende passiviteit van de uitgever, gebeurde er iets verbazingwekkends. Via de netwerken die mijn “Covid-19”-reis mogelijk hadden gemaakt, verscheen er een onverwachte financier. Ze hadden mijn manuscript gelezen en vonden het de moeite waard om het te steunen. Zelfs toen was ik er niet zeker van of ze het ook echt waar zouden maken, en tot maart 2024 had ik nog steeds mijn twijfels. Maar ze waren er toen het erop aankwam.

Als mijn financier niet zo gul was geweest om de kosten voor open access te betalen, zou mijn boek waarschijnlijk in de vergetelheid zijn geraakt. Met een prijs van £109.99 voor een hard copy (en er is nog steeds geen paperback-editie)—het zou digitaal beschikbaar zijn geweest voor academici via de abonnementen van universiteitsbibliotheken—zouden maar heel weinig particulieren ervan hebben geweten of bereid zijn geweest er zoveel geld voor te betalen. De impact zou minimaal zijn geweest.

In plaats daarvan betekent de “Creative Commons 4.0 licentie” van het boek dat het iedereen wettelijk is toegestaan om het boek te downloaden en gratis te verspreiden, op voorwaarde dat de auteur wordt vermeld. Als gevolg hiervan is “Covid-19,” Psychological Operations, and the War for Technocracy 227.000 keer bekeken op de website van de uitgever, 17.000 keer op mijn Substack, en is het verspreid over het hele internet. Het geeft voldoening om te zien dat er zo’n brede publieke belangstelling voor is, gezien al het werk dat in het schrijven ervan is gaan zitten.

In september 2024 schreef mijn redacteur me opgetogen over de statistieken van het boek. Academische monografieën hebben meestal een laag lezerspubliek vanwege de kosten en de specialistische aard ervan. Ze stuurde me een grafiek met het gemiddelde aantal maandelijkse downloads voor boeken vergelijkbaar met het mijne (in rood) versus mijn boek (in blauw):

artikel20250522 01
Het behoeft geen betoog dat het hoogst ongebruikelijk is om zulke statistieken te zien voor een academisch boek. Het publiek ziet duidelijk iets van waarde in mijn werk.

Maar dat geldt niet voor de academische wereld! Ik heb al eerder besproken hoe mijn peer-reviewed tijdschriftartikel over “9/11” in 2020, dat zich achter de paywall van de uitgever bevond en dus hoogstwaarschijnlijk door academici werd gelezen via hun abonnementen op universiteitsbibliotheken, een ongewoon hoog (voor een academisch tijdschriftartikel) aantal views en downloads trok, maar bijna geen citaties. Hier is een actuele telling:

artikel20250522 02
Ik grapte dat ik misschien wel een of ander vreemd record op mijn naam had voor de ratio met het grootste verschil tussen het aantal views/downloads en het aantal citaties voor welk peer-reviewed tijdschriftartikel dan ook dat ooit gepubliceerd is. Vijf jaar later zijn er voor elke gegenereerde citatie 7.838 (!) views/downloads geweest. Ik daag elke academicus uit om dat te overtreffen!

Nou, het lijkt erop dat ik mijn eigen record heb verbroken. Als we het cijfer van de uitgever van 227.000 views/downloads voor mijn “Covid-19”-boek gebruiken en het Altmetric-cijfer van twee citaties, dan zien we na een jaar 113.500 views/downloads per citatie! Ik ben ervan overtuigd dat dit een record is dat nooit zal worden geëvenaard en dat ik mijn plaats heb ingenomen als de meest gelezen, maar minst geciteerde auteur in de geschiedenis van de academische wereld. Misschien moet ik contact opnemen met Guinness World Records!

Maar nu weer serieus; er is iets sinisters aan de weigering van de academische wereld om de misschien wel twee belangrijkste politieke gebeurtenissen van de 21ste eeuw, namelijk “9/11” en “Covid-19”, zodanig onder de aandacht te brengen dat de waarheid boven tafel komt. Voor iedereen die in intellectueel opzicht eerlijk is, is het een relatief kleine inspanning om het empirische bewijs met betrekking tot beide gebeurtenissen te bekijken en daaruit te concluderen dat het officiële verhaal in beide gevallen een Grote Leugen is.

Bovendien zijn deze Grote Leugens gebruikt om de maatschappij zo te veranderen dat de liberale democratie is uitgehold en de weg is vrijgemaakt voor een totalitaire technocratie. Het is intellectueel, politiek en moreel onaanvaardbaar om je kop in het zand te steken en te doen alsof al dit bewijs niet bestaat, of dat wat er gebeurt niet gebeurt.

Op hetzelfde moment dat mijn boek uitkwam, werd de Britse academische wereld, door het schrappen van banen in de hele sector, metaforisch gedecimeerd (in de oorspronkelijke betekenis van het woord). Volgens Merriam-Webster,

artikel20250522 03
[Het verband tussen decimeren en het getal tien grijpt terug op een wrede praktijk van het leger van het oude Rome. Een eenheid die zich schuldig had gemaakt aan een ernstig misdrijf (zoals muiterij) werd gestraft door een tiende van haar soldaten te selecteren en te executeren, waardoor de overige negen tiende tot gehoorzaamheid werd gedwongen. Het woord komt van het Latijnse decem, wat “tien” betekent. Decimeren dwaalde af van zijn “tiende” betekenis en verwijst tegenwoordig naar het vernietigen of kwetsen van iets in grote aantallen. – Red.]

Toen de meeste Britse universiteiten hun personeelsbestand met ongeveer een tiende wilden inkrimpen als gevolg van de financiële druk in de hele sector, hoefde je geen genie te zijn om uit te vinden dat degenen die zich schuldig maakten aan gedachtemisdaden – dat wil zeggen, aan het muiten tegen officiële narratieven – als een van de eersten de deur gewezen zouden worden en dat de resterende negen tienden geterroriseerd zouden worden tot gehoorzaamheid aan uit de hand gelopen bureaucratiën die macht boven het nastreven van kennis stellen.

Dus koos ik ervoor om het beroep vaarwel te zeggen. Ik herinner me het onverwachte gevoel van kalmte waarmee ik die beslissing nam. Op 29 april 2024 gaf ik het eerste van wat tientallen interviews zouden worden, aan Richie Allen.

In tegenstelling tot veel andere mensen heb ik altijd geweten wat ik in mijn carrière wilde doen. Vanaf mijn 18e wist ik dat ik academicus wilde worden. Ik ging naar Christ Church in Oxford en haalde mijn bachelor- en masterdiploma. Ik ging naar Duke University voor mijn eerste Ph.D., die ik in 2006 behaalde. Toen ontdekte ik dat overal afdelingen voor Duitse studies werden gesloten en dat mijn Ph.D. academisch niet verkoopbaar was.

Ik probeerde een paar jaar andere dingen – renovatie van onroerend goed, management consultancy, de primaire zorgverlener voor mijn eerste kind, plus 13 ellendige maanden werken voor PwC [PricewaterhouseCoopers, red.] – voordat ik me realiseerde dat ik al die tijd gelijk had gehad en dat ik voorbestemd was voor een carrière in de academische wereld.

Dus trok ik de stoute schoenen aan en deed een tweede Ph.D., dit keer in Internationale Betrekkingen, met een beurs aan Oxford Brookes University (2010-2013). Het opende de deur naar mijn eerste baan van een jaar aan de Universiteit van East Anglia.

Ik ontving in die tijd een als verontschuldiging bedoelde vertrouwelijke e-mail van één lid van een driekoppig interviewpanel van een zeer prestigieuze Britse universiteit, waarin hij me vertelde dat hij vond dat ik de baan had moeten krijgen, maar dat ik was afgevallen ten gunste van de interne kandidaat, een promovendus van de hoogleraar in het panel.

Ik wist toen nog niet dat UEA [University of East Anglia, red.] de eerste [afwijzing, red.] van vier jaarcontracten zou zijn (de anderen waren bij Royal Holloway, University of London, die met een tweede jaar werd verlengd, en Nottingham Trent University). Mijn tweede zoon werd in 2014 geboren, dus de onzekerheid was erg stressvol.

In de loop van die vier jaar solliciteerde ik voor letterlijk honderden academische functies, waarbij elke sollicitatie vele uren, zo niet dagen in beslag nam. Solliciteren werd een baan op zich. Ik werd steeds vaker gebeld voor sollicitatiegesprekken. Elk gesprek kostte enorm veel voorbereidingstijd, om nog maar te zwijgen van reistijd en stress.

Op één universiteit werden ik en de andere kandidaten onderworpen aan een tweedaagse bootcamp om er zeker van te zijn dat we “perfect pasten”. Aan een andere universiteit had de hele faculteit blijkbaar de opdracht gekregen om presentaties van geïnterviewden bij te wonen (voor een functie van een jaar!), en ik herinner me dat ik voor een overvolle zaal moest presenteren.

Weer een andere universiteit nodigde vijf geïnterviewden uit, een van hen moest acht uur heen en acht uur terug reizen. Ze vroeg me of ik de handgeschreven kandidatenlijst had gezien die per ongeluk op het scherm was blijven staan met daarop alleen de voornaam van een interne kandidaat en voorspelde dat de interne kandidaat de baan zou krijgen. Hij kreeg de baan.

Mijn “favoriete” interview — alleen omdat dingen soms zo verschrikkelijk mislopen dat ze daardoor grappig worden — was aan de universiteit van Exeter. Ik woonde toen in Norwich en door een ongelukkig toeval werd ik binnen een paar dagen uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek bij Exeter, Newcastle en de London School of Economics. Als je deze locaties op een kaart opzoekt, zie je dat het een behoorlijk eind rijden was.

Hoe dan ook, ik kwam aan in Exeter, waar het eerste evenement een diner was waarbij ik naast het afdelingshoofd zat. Ik kon hem niet uitstaan en vond hem pompeus en arrogant. Ongeveer 15 uur later zat ik aan de andere kant van een tafel tegenover hem en het interviewpanel. Om de een of andere reden — ik denk pure vermoeidheid — gaf ik de verkeerde antwoorden op de eerste paar vragen. Ik kon gewoon niet helder denken. Ik herinner me de verbaasde blik op hun gezichten toen ik na vijf minuten nonchalant opstond en wegging, wetende dat het zinloos was om door te gaan.

Maar pas door wat er daarna gebeurde, stortte ik in. Toen ik de kamer uitliep, klaar om aan de lange rit naar Newcastle te beginnen, verdwaalde ik in een wirwar van gangen in het gebouw. Ik kon de uitgang niet vinden! Ik begon me steeds meer te ergeren aan de situatie waarin ik me bevond, stormde uiteindelijk in mijn onberispelijke sollicitatiepak door de uitgang en liep linea recta de buitenlucht in. Het ging ongeveer tien seconden goed met me.

En toen gingen de hemelsluizen open. Het was niet zoals normale regen in het Verenigd Koninkrijk. Het ene moment was er geen regen. Toen, binnen een paar seconden, was het alsof iemand een heel bad over me had uitgestort. Ik had geen paraplu. Ik kan me nog goed herinneren dat ik doorweekt door de regen liep en het gevoel had dat ik een dieptepunt in mijn carrière bereikt had.

Ik vertel deze ervaringen alleen maar om een indruk te geven van wat ik heb meegemaakt als onderdeel van mijn zoektocht naar een vaste baan in de academische wereld, en hoeveel het voor me betekende. Ik heb ooit gelezen dat slechts 19% van de promovendi in het Verenigd Koninkrijk een vaste academische baan krijgt. Er zijn vele anderen, die zich in een vergelijkbare positie als ik bevonden, die het nooit gered hebben.

Maar ik wel. Na een reeks sollicitatiegesprekken waarin ik te horen kreeg dat ik tweede was geworden (van honderden sollicitanten), had ik op 5 december 2016 een sollicitatiegesprek met de Universiteit van Lincoln en de volgende dag kreeg ik een vaste aanstelling aangeboden, die ik accepteerde.

Een bizarre speling van het lot leidde tot mijn “wake up”-moment, slechts drie dagen later, op 8 december 2016, toen ik voor mijn cursus Amerikaans buitenlands beleid nadacht over de overeenkomsten tussen de oorlog in Vietnam en de oorlog in Afghanistan. Beide oorlogen waren lang en duur, met PTSS voor de soldaten. De escalatie in Vietnam was gebaseerd op een valse vlag-gebeurtenis (het Tonkin-Golfincident). “9/11” was gebaseerd op – wacht, wat? Die “complotdenkers” kunnen toch geen gelijk hebben?

Het kostte me maar ongeveer een uur om de “9/11 complottheorie”-video’s op YouTube te bekijken (voordat alle censuur begon) om met mijn eigen ogen te zien dat de Twin Towers duidelijk niet zijn ingestort door de zwaartekracht, zoals in het officiële verhaal.

De rest is geschiedenis. Ik volgde het pad van de waarheid, terwijl de academische wereld slaafs zijn best deed om iedereen die kritische vragen stelde over de officiële narratieven te stigmatiseren. Het zou slechts een kwestie van tijd zijn voordat de twee paden zouden botsen.

Met “Covid-19” bereikten de spanningen tussen de waarheid en de propagandafunctie van de academische wereld extreme hoogten. Net als in andere beroepen werd iedereen die kritische vragen stelde over “het verhaal” verstoten, gedemoniseerd, voor een disciplinaire commissie gesleept of gewoon geschrapt. Ik heb hierover geschreven in Wall Street, de nazi’s en de misdaden van de Deep State. De parallellen met nazi-Duitsland uit de jaren 1930 zijn niet toevallig.

En dus, toen puntje bij paaltje kwam, voelde ik onverwacht—gezien de offers die ik had gebracht voor een academische carrière—diepe tevredenheid over mijn beslissing om het beroep te verlaten.

De reden waarom ik altijd een academische carrière had gewild, was mijn overtuiging dat de academische wereld fundamenteel draait om het najagen van de waarheid, zonder angst of gunst, waar die ook toe mag leiden. Ik geloofde naïef dat er zoiets bestond als “academische vrijheid”.

In 2025 zijn universiteiten volledig gecoöpteerd en zoals de gevallen van “9/11” en “Covid-19” laten zien, kun je er niet op vertrouwen dat de academische wereld de waarheid vertelt over de zaken die er het meest toe doen. Ze heeft fundamenteel gefaald in haar burgerplicht. Zoals wordt belichaamd door Neil Fergusons “modelleren”, produceert het eenvoudigweg “kennis” die in lijn is met de prioriteiten van de staat en van machtige financiers.

Toen ik dit begreep, was mijn beslissing om de academische wereld te verlaten verrassend gemakkelijk genomen. Zeker gezien het feit dat ik de Gleichschaltung in nazi-Duitsland in de jaren 1930 bestudeerd had, waarin universiteiten zich op één lijn stelden met de macht van de nazi-staat: waarom zou ik meegaan in een soortgelijk proces dat vandaag plaatsvindt, alleen met een nieuwe, wereldwijde technocratische vorm van totalitarisme in opkomst?

Uiteindelijk hoop ik dat “Covid-19,” Psychological Operations, and the War for Technocracy zal staan als een historische mijlpaal – misschien wel de laatste grote poging binnen de academische wereld om de tirannie aan te vechten die geleidelijk onze wereld omhult.

Er is geen andere tekst zoals deze, en die zal er ook niet komen, tenminste niet vanuit de academische wereld in zijn huidige vorm.