Naar de inhoud

Maatschappelijk

Waarom de NRC-/VK-lezer nog steeds gelooft in de rechtsstaat — zelfs na Epstein

Bijgewerkt: 6 mei 2026

Het antwoord ligt niet in feiten, maar in psychologie

 

De Epstein-files liggen op straat. Namen, vluchten, e-mails, netwerken – het patroon is onmiskenbaar: een wereldelite die zich verlustigt aan geld, macht, seks, satanische rituelen en chantage. Een deel van deze onthullingen halen zelfs de mainstream media. Toch lijkt het of deze feiten niet doordringen tot het intellectuele hart van Nederland. De gemiddelde lezer van NRC of de Volkskrant lijkt de schouders erbij op te halen: ‘Wat erg. Goed dat zulke dingen bij ons niet kunnen.’

Door Dolf van Wijk – Onafhankelijk onderzoeker, professioneel complotdenker

Het is een fascinerend verschijnsel. De gemiddelde lezer van die kranten ziet zichzelf als kritisch, rationeel, en hoogopgeleid. In werkelijkheid is dat zelfbeeld de kern van het probleem, men verwart het consumeren van complex taalgebruik met kritisch denken. Mensen die zichzelf zien als de belichaming van rationaliteit en ontwikkeling blijven een naïef vertrouwen koesteren in ‘het systeem’, alsof moraliteit stopt bij de grens. Hoe is dat mogelijk? Het antwoord ligt in de psychologie.

 

Het geloof van de ‘redelijke’ mens

De hoogopgeleide Nederlander gelooft niet alleen dat hij beter geïnformeerd is, maar ook dat dit hem — moreel — een beter mens maakt. Kennis als status. En zodra kennis status wordt, wordt het moreel juist om dat wereldbeeld tegen bedreiging te beschermen. Leon Festinger beschreef dit als cognitieve dissonantie: de spanning tussen weten en willen geloven. Ontkenning is dan geen gebrek aan begrip, maar zelfbehoud.

indoctrinatie

Daarom kan een hoogopgeleide probleemloos een stuk over Epstein lezen en blijven denken dat alles ‘onder controle’ is. Het geloof in de rechtsstaat is niet het resultaat van rationeel wegen, maar van emotioneel behoeftemanagement.

Belezen, maar niet wijs

Ziva Kunda liet al zien hoe mensen redeneren om zichzelf te beschermen (‘motivated reasoning’). Hoogopgeleid vergroot die neiging: hoe meer gestudeerd, hoe verfijnder het zelfbedrog. De ‘redelijke’ mens gebruikt zijn verstand niet om waarheden te vinden, maar om ze op afstand te houden.

In universiteiten en redacties heet dit volwassenheid, in werkelijkheid is het angst in nette taal.
Irving Janis noemde het groupthink: het morele verlangen naar harmonie dat onafhankelijk denken verdringt. Niemand censureert de ander; iedereen censureert zichzelf uit fatsoen.

De drie lagen van gehoorzaamheid

Onder die fatsoenslaag schuilen drie psychologische en neurologische mechanismen die het ‘geloof in het systeem’ voeden, de drie ‘IN’s’. De amygdala, ons primitieve alarm of INstinct, voedt de angst. Voor de hoogopgeleide professional is sociale uitsluiting even bedreigend als fysiek gevaar. Het instinct zegt: blijf erbij. Daar tegenover staat het INzicht. De prefrontale cortex bouwt de redelijke rechtvaardiging en rationaliseert de loyaliteit aan het systeem. Zo wordt angst verpakt als beschaving. De koppeling tussen die twee uitersten is de INtuïtie, het onbewust verlangen naar sociale acceptatie en conformiteit, dat wordt vertaald als moreel fatsoen — ‘ik wil redelijk zijn’.

Zelfcensuur uit fatsoen

Elisabeth Noelle-Neumann noemde dit de ‘spiraal van stilte’. Wanneer mensen denken dat hun twijfel sociaal onwenselijk is, zwijgen ze. De hoogopgeleide Nederlander hoeft dus niet onderdrukt te worden — hij doet het zelf. Zwijgen voelt redelijk. Het is de deugd waarmee men zijn salaris behoudt en de schijn van rust bewaart. Maar wie het taboe op kritiek onderhoudt, werkt mee aan de psychologische discipline van macht.

Waarom men het systeem moet blijven geloven

John Josts System Justification Theory verklaart dit onderwerpingsinstinct. Mensen rationaliseren de structuren waarvan ze afhankelijk zijn. Orde geeft veiligheid, en veiligheid dooft twijfel. Voor de hoogopgeleide Nederlander is vertrouwen in de staat geen uitkomst van kritisch onderzoek, maar een gegeven. Zonder die geloofslaag houdt zijn morele identiteit geen stand. Kritiek zou betekenen: toegeven dat zijn hele sociale ecosysteem gebouwd is op zelfbedrog. Daarom gelooft hij liever in de rechtsstaat dan dat hij haar kritisch onderzoekt. Dat voorkomt de angst van onzekerheid en uitsluiting.

De zelfverzekerde gelovige

Moral licensing (Monin & Miller) beschrijft hoe mensen die zichzelf als goed zien, zich minder verantwoordelijk voelen voor hun fouten. De hoogopgeleide intellectueel gelooft in inclusie, rechtsstaat en wetenschap – en precies daarom kan hij eigen blindheid verdragen. Morele zekerheid werkt als verdoving: ‘Wij zijn de goeden, dus wij zien het juist’. Zo wordt de ratio geen zoektocht naar waarheid, maar een afweermechanisme.

Epstein als spiegel van de intellectuele geest

De Epstein-affaire toont ons niet alleen de perversie van macht, maar indirect ook de cognitieve onderwerping van de massamens. Ook, en misschien wel vooral, de hoogopgeleide. De soort mens die feitelijk de middelen heeft om waarheid te zien, maar de psychologische behoefte heeft om die niet te zien. Feiten verliezen hun macht zodra angst voor uitsluiting groter is dan de honger naar waarheid. De meest geletterde mens blijkt de meest beïnvloedbare. Hij gehoorzaamt niet uit domheid, maar uit angst zijn eigen bestaansgrond te ondergraven.

Comfortabel volgen of moedig vrijdenken

De tragedie van de hoogopgeleide Nederlander is niet dat hij bedrogen wordt, maar dat hij het bedrog nodig heeft om zijn gekoesterde ‘redelijke’ wereldbeeld in stand te houden. Denk aan het beroemde citaat van Mark Twain: ‘Mensen zijn heel makkelijk te misleiden, maar heel moeilijk te overtuigen dat ze misleid zijn’.

Zijn INstinct stuurt zijn INzicht, zijn intellect rationaliseert zijn instinct, en samen noemen ze het ‘kritisch denken’. De ratio verliest het van de angst tot uitsluiting. Pas wie de angst voor uitsluiting durft te voelen, kan werkelijk kritisch denken. Geloven in de gewenste werkelijkheid voelt comfortabel, maar enkel door de werkelijkheid te zien voor wat het is kan men zich een realistisch wereldbeeld vormen. Dat vergt moed, maar moed blijkt een schaars goed.

 

Over de auteur

Dolf van Wijk – onafhankelijk schrijver en onderzoeker.Bestudeert de psychologie van propaganda en mind control.
Schrijft essays over massahypnose, macht en sociaal-psychologische consequenties.