Uitsluiting van ongevaccineerden berust op doorgebroken oerinstincten
Door Robert Loeber, psycholoog
Op een stormachtig parkeerterrein zag Saskia de auto wegrijden. Het regende en het werd donker. ‘Het voelt alsof ik je hier zo achterlaat,’ had haar zus van achter het stuur geroepen. Daarop sloeg de deur dicht en vertrok de auto, met Saskia’s zussen voorin en haar ouders op de achterbank. Saskia: ‘Ik zei nog dat ik een mondkapje wilde opdoen. De rest droeg geen mondkapje.’ Het incident gebeurde op de parkeerplaats van een uitvaartcentrum, na een rouwplechtigheid waar haar familie haar liever niet bij had willen hebben.
Dat Saskia niet welkom was op de begrafenis van haar tante werd duidelijk tijdens de app-discussie die ontstond over het wel of niet bezoeken. Saskia: ‘Eerst durfde niemand te gaan. Ik zei dat het vast goed geregeld was. Ik wilde iedereen geruststellen. Daarna werd ik niet meer in het gesprek betrokken.’
Omdat ze niets meer vernam, voelde Saskia zich geroepen de uitvaart te bezoeken. ‘Ik dacht dat niemand zou gaan.’ Net voordat ze op de bus stapte hoorde ze van een neef dat de overige familie wèl zou komen. ‘Hij zei het omdat ik bij het kijken naar de videostream mijn familie zou hebben zien zitten, wat echt pijn zou hebben gedaan.’
Na afloop liep ze met haar ouders en beide zussen naar hun auto. Saskia: ‘Ik vroeg of ik mee mocht. ‘Nee’, zei iemand, ‘dat kan niet door corona’.’ Eerder had ze al verteld dat haar telefoon leeg was.
Het terrein lag aan een snelweg. In het uitvaartcentrum was niemand meer te bekennen. De laatste bus leek al vertrokken. Na op de deur van een paar verlaten gebouwen gebonsd te hebben, trof ze twee schoonmaaksters die haar vertelden dat de laatste bus over tien minuten zou gaan. Saskia: ‘Ik heb me sinds lang niet zo onthand en verlaten gevoeld.’
Achter sociale uitsluiting zitten evolutionaire principes
De uitsluiting en discriminatie van mensen zonder coronaprik neemt toe en lijkt steeds acceptabeler te worden gevonden. De Franse president Macron zei begin januari dat hij ongevaccineerden wil gaan treiteren. Voormalig minister-president Tony Blair noemde ongevaccineerden ‘idioten’. Columnist Max Pam polariseerde er op los en schreef onder andere dat ongevaccineerden de samenleving gijzelen. Vervolgens was de columnist boos over de verontwaardigde reacties, die hij ‘agressief’ noemde.
Sociale uitsluiting heeft vele gezichten, maar erachter schuilen dezelfde evolutionaire principes. Die mechanismen zijn sterker dan het verstand en zijn gebaseerd op primitieve instincten.
Wetenschapper Martine Beijerman publiceerde in 2021 haar boek Vreemde eenden, over de mechanismes achter uitsluiting.1 Beijerman doet hierin verslag van haar gesprek met evolutionair psycholoog Richard Wrangham. Die stelt dat de mens kon overleven dankzij samenwerking. De behoefte tot samenwerken leidt tot groepsvorming. Instinctief maken we zodoende al snel een onderscheid tussen groepen. Als je studenten in een collegezaal laat kiezen tussen kop of munt, zal dat meteen een gevoel van verbondenheid opleveren tussen degenen die dezelfde keuze maken, ontdekte de psycholoog en neuroloog Jay Van Bavel.
Waar snel sprake is van een ‘wij’, is er ook snel sprake van ‘zij’. Uitsluitend gedrag, los van de vraag of het verwerpelijk is of niet, is vanuit evolutionair perspectief heel gewoon, schrijft Beijerman.
Conformisme
We willen graag een eenheid zijn. Het gevolg daarvan is conformisme. Beijerman verwijst naar psychologisch onderzoek dat toont dat mensen geneigd zijn gezaghebbende personen te volgen, vanuit de behoefte zich te conformeren. Ons vermogen besluiten te nemen op basis van onze eigen authentieke morele afwegingen kan snel aan kracht inboeten, stelt ze.
Saskia ervaart dat conformisme bij haar 80-jarige vader. ‘De angst om iets verkeerd te doen, of tegen iets in te gaan is sterker dan de loyaliteit naar zijn eigen dochter. Ik vroeg mijn vader: ‘Wanneer stopt ooit je angst?’ Ik kreeg daar geen reactie op. Hij zei zoiets als ‘ach’, hoofdschuddend en op laatdunkende toon. Hij weet het beter, want hij volgt het NOS-journaal. Alsof ik helemaal niets weet…’
De vertekenende lens in ons bewustzijn
Dat onbewuste mechanismen ons denken beïnvloeden, blijkt ook uit de vele onderzoeken die aantonen dat ons idee over de werkelijkheid op allerlei manieren wordt vertekend, iets wat cognitive bias wordt genoemd.
De lens waardoor we naar de wereld kijken heeft vele vervormingen. Beijerman noemt dit de ‘negativiteitsbias’, de neiging om ons sterker te laten beïnvloeden door informatie over gevaar. Mensen denken meer en vaker over negatieve dan positieve gebeurtenissen. Daardoor wordt de kans op een negatieve gebeurtenis overschat.
Ook denken we snel dat mensen van een andere groep allemaal op elkaar lijken, het outgroup homogenity effect. Binnen onze eigen groep hebben we een scherp oog voor verschil, daarbuiten lijkt iedereen hetzelfde, een gevolg van het feit dat ons brein is toegerust om in groepen te leven. Wanneer we aan andere mensen denken kunnen er twee clusters van neuronen actief worden. Welk cluster wordt geactiveerd hangt af van de mate waarin we onszelf met de ander identificeren. Dit zorgt voor stereotyperingen, waarbij de negativiteitsbias ook een rol speelt; we gaan er voor het gemak van uit dat degene die zich het slechtst gedraagt, representatief is voor de hele groep. Op die manier kan iedere ongevaccineerde als ‘wappie’ of ‘antivaxer’ worden gestereotypeerd.
Schaamte als machtsmiddel
Onder druk van bedreigende gebeurtenissen verharden onze groepsgrenzen en sluiten we anderen uit, stelt Beijerman. Dit doen we om ons eigen bestaan te verzekeren. Opwekken van schaamte is daarbij het middel bij uitstek om te straffen. Een voorbeeld zijn de witte veren die vrouwen tijdens de Eerste Wereldoorlog uitdeelden aan jonge mannen die volgens deze vrouwen vanwege ‘lafheid’ niet in de loopgraven zaten.
Een duidelijk voorbeeld van het inzetten van sociale druk als machtsmiddel is het Utopia van Thomas More, gepubliceerd in 1516.2 More vond dat er teveel wetten en regels waren die ook niet goed werkten. Daarom stelde hij voor dat op zijn gefantaseerde eiland Utopia de mensen elkaar zouden corrigeren, zodat er nauwelijks wetten nodig waren.
De ideale samenleving was gebaseerd op naming and shaming
In Utopia hebben de bewoners geen eigen bezit, goud en zilver zijn er waardeloos, en er worden iedere dag openbare lezingen gehouden. Seks voor het huwelijk is verboden, evenals overspel. ‘Het hele eiland is als het ware een grote familie,’ schrijft More.
Iedereen die is veroordeeld wegens een misdrijf, krijgt gouden ringen om zijn vingers, een gouden ketting om zijn nek en een gouden band om zijn hoofd. Ook moeten zowel mannen als vrouwen vechten op het slagveld. Vrouwen die zonder hun echtgenoot terugkeren, of mannen die zelf wel terugkeren, maar hun vader dood hebben achtergelaten, worden met de nek aangekeken. De Utopianen geven dus nooit op, en vechten liever tot de dood.
Het is duidelijk dat naming and shaming in Utopia het machtsmiddel bij uitstek is om de bewoners in het voorbedachte gareel te krijgen. Martine Beijerman zegt over schaamte: ‘De afkeuring van de rest van de groep leidt tot schaamte en pijn bij de norm-overtreder.’
Ontmenselijken
Schaamte laat mensen zich minderwaardig voelen. Het ‘dehumaniseren’ van de ander is bij verbanning uit een groep een terugkerend gegeven. Beijerman herinnert aan het onderscheid tussen ‘beschaafd’ en ‘onbeschaafd’ dat al sinds de oude Grieken gebruikt wordt om andere groepen te domineren. Het benoemen van ongevaccineerden als ‘idioten’ door Tony Blair is ook een vorm van ontmenselijken.
Psycholoog Van Bavel vertelde Beijerman dat in het proces van ontmenselijken we geneigd zijn de ander te zien als emotieloos. Bevolkingsgroepen worden nogal eens met dieren vergeleken. Beijerman: ‘Als maar vaak genoeg de negatieve associatie wordt gemaakt met een bepaalde bevolkingsgroep en een bepaald slecht of minderwaardig dier, begint die verbinding zich vast te zetten in ons brein.’
Tegenover het ontmenselijken van de ander staat het opkloppen van de eigen superioriteit. Er ontstaat plotseling een nieuwe norm die fanatiek gevolgd moet worden. Beijerman noemt de #MeToo beweging als voorbeeld, waarbij de aanhangers hun steun breed uitmeten in de sociale media, een fenomeen dat virtue signaling wordt genoemd; men demonstreert openlijk zijn deugdzaamheid.
Het op Facebook plaatsen van een foto van je corona-injectie zou je ook als virtue signaling kunnen opvatten. De aarzelende achterblijvers krijgen automatisch een lagere status.
Verlicht eigenbelang
Als de neiging om mensen uit een groep te stoten geen einde zou hebben, zouden er geen groepen en geen samenleving meer overblijven. Evolutionair gezien zit er dus een rem op uitsluiting.
Het filosofische begrip ‘verlicht eigenbelang’ stelt dat mensen die de belangen van anderen behartigen, daarmee uiteindelijk hun eigen belang dienen. Een machtsoverwicht is nooit permanent. Vanwege zelfbehoud zullen mensen het dus met elkaar moeten redden.
Tegen het eind van haar boek doet Beijerman een oproep om de eigen oogkleppen af te zetten, want: ‘Uitsluiting gaat ten koste van ons allemaal’.
De naam Saskia is om privacy redenen gefingeerd
Literatuur:
1. Beijerman, M. Vreemde eenden, Uitgeverij Podium, 2021
2. More, T. Utopia, Atheneum – Polak & Van Gennep, 2016
