Toediening 22-wekenprik: taak verloskundige?
In het NOS-bericht wordt gesproken van een ‘succes’. De vaccinatiegraad steeg tijdens de pilot immers van 31 naar 75 procent. Aanstaande moeders geven aan dat het praktisch is geen aparte afspraak te hoeven maken en dat zij hun vragen makkelijker bespreken met de verloskundige. Dat zijn begrijpelijke en waardevolle ervaringen.
Maar wat bedoelen we precies met succes? Waaraan is het in dit geval afgemeten?Succes in vaccinatiebeleid laat zich niet uitsluitend aflezen aan percentages, maar vraagt een brede beoordeling van nut, noodzaak, effectiviteit en veiligheid. Bij deze proef werd de vaccinatiebereidheid drastisch verhoogd, waarschijnlijk omdat zij vertrouwen hebben in de kennis en kunde van hun verloskundige.
Succes afmeten aan percentages kan ook een normerende werking hebben: een vrouw die de prik weigert, kan gemakkelijk worden gezien als iemand die groepsbescherming ondermijnt. Daarmee verschuift een individuele medische afweging ongemerkt naar een moreel kader. Maar ook naar een juridisch kader, als toegankelijkheid van kinderdagverblijven gekoppeld wordt aan gevaccineerd zijn.
Tot nu toe beperkte de taak van de verloskundigen zich tot het geven van voorlichting over het RVP aan de hand van RIVM-materiaal. In deze pilot dienen zij de vaccinatie ook zelf toe. Deze verschuiving roept een principiële vraag op: horen vaccinatievoorlichting en -toediening tot de kerntaken van de verloskundige?
De kracht van de verloskundige ligt in haar onafhankelijke positie en de vertrouwensrelatie met de zwangere. Informed consent rondom het toedienen van vaccinaties vraagt om meer dan logistieke toegankelijkheid; het vraagt om diepgaande kennis van indicaties, onzekerheden en alternatieven. De vraag is niet of verloskundigen dit zouden kúnnen, maar of dit past binnen hun professionele identiteit en opleidingsbasis, zoals beschreven in de recent gepubliceerde Beroepsidentiteit van de Verloskundige. [2]
De pilot moet nog worden geëvalueerd. Als die evaluatie zich vooral richt op vaccinatiegraad, blijft een wezenlijke discussie onbesproken: hoe verhoudt deze nieuwe taak zich tot de kern van de verloskundige zorg? Ondermijnt deze taak niet juist de vertrouwensrelatie tussen verloskundigen en zwangere vrouwen? Een zorgvuldige reflectie daarop is nodig om het vertrouwen te behouden dat deze beroepsgroep zo waardevol maakt.
Referenties
(1) https://nos.nl/artikel/2600956-haagse-proef-met-kinkhoest-vaccin-voor-zwangeren-bij-verloskundige-is-succes
(2) https://www.knov.nl/actueel/nieuws/nieuwsbericht/publicatie-de-beroepsidentiteit-van-de-verloskundige-wie-ben-jij-als-verloskundige-en-waar-sta-je-voor
Achtergrondinfo over de 22-wekenprik in 4 items
Wat is de 22-wekenprik?
Deze prik is bedoeld als bescherming tegen kinkhoest voor de pasgeborenen.
Waarom heet het dan niet een kinkhoestprik?
Het RIVM heeft, om discussie over misleidende informatie te voorkomen, de ter preventie van kinkhoest aangeboden vaccinatie de ’22-wekenprik’ genoemd.
Waarom zou de naam ‘kinkhoestprik’ misleidend zijn?
Omdat het geen ‘kinkhoestprik’ is, maar een vaccinatie tegen kinkhoest, difterie en tetanus.
Waarom zitten er drie ziekteverwekkers in?
Omdat de farma gestopt is met kinkhoestvaccin als ‘mono’- preparaat te produceren. De zwangeren krijgen dus ongevraagd ook een injectie tegen twee andere ziektes.
Disclaimer
Is dit een antivaxbericht?
Bovenstaande richt zich niet tegen een vaccin, maar expliciet tegen de manier waarop het RIVM een vaccinatie in de markt zet.
