Links heeft zelfs ons bord tot politiek slagveld gemaakt
Er was een tijd waarin Nederlanders gewoon zelf bepaalden wat er op tafel kwam. Vlees, vis, aardappelen, groenten: een persoonlijke keuze, geen politieke verklaring.
Door Ewoud Nijeboer; bron Facebook
Die vrijblijvendheid is steeds verder verdwenen. Niet omdat mensen plotseling behoefte kregen aan een ideologisch debat over hun avondeten, maar omdat progressieve politiek zich steeds nadrukkelijker is gaan bemoeien met consumptie, landbouw en leefstijl.
Vlees werd een klimaatprobleem. De veehouder werd een stikstofprobleem. De barbecue werd een symbool van onverantwoord gedrag. En de burger kreeg steeds opnieuw te horen dat zijn individuele keuzes moeten worden aangepast aan de politieke doelstellingen van Den Haag en Brussel.
Een Nederlands onderzoek van Willem Boterman en Eelco Harteveld, gebaseerd op gegevens uit 2008 tot en met 2022, laat zien dat vleesconsumptie in de loop der jaren sterker is gaan samenhangen met rechtse politieke opvattingen, patriottische sentimenten en scepsis over klimaatbeleid. De onderzoekers stellen nadrukkelijk niet dat een gehaktbal iemand rechts maakt. Wel constateren zij dat voedselkeuzes steeds meer onderdeel zijn geworden van de politieke en culturele strijd.
Dat is geen toeval.
Wanneer politici, belangenorganisaties en activistische bewegingen persoonlijke keuzes voortdurend van een morele lading voorzien, ontstaat vanzelf weerstand. Wie jarenlang wordt verteld dat zijn auto, woning, energieverbruik, vliegreis en voedselkeuze onderdeel zijn van een klimaatprobleem, zal uiteindelijk niet vreemd opkijken wanneer diezelfde keuzes politiek worden verdedigd.
Daarmee heeft links een probleem gecreëerd dat het vervolgens zelf niet begrijpt.
Het gaat namelijk allang niet meer uitsluitend over vlees. Het gaat over de vraag hoeveel zeggenschap de overheid over het dagelijks leven van burgers hoort te hebben.
Wie minder vlees wil eten, moet dat vooral doen. Wie volledig plantaardig wil leven, heeft daar alle vrijheid toe. Maar precies diezelfde vrijheid hoort ook te gelden voor iemand die regelmatig vlees eet en daar geen politieke verantwoording voor wenst af te leggen.
Vrijheid betekent immers niet dat de overheid de juiste keuze voor u bepaalt. Vrijheid betekent dat u die keuze zelf maakt.
En daar wringt het steeds vaker.
Want terwijl de burger wordt aangesproken op zijn consumptie, staat tegelijkertijd de Nederlandse veehouderij onder zware druk van stikstofbeleid, klimaatdoelstellingen, natuurbeleid en Europese regelgeving. De politieke richting is duidelijk: minder veehouderij, minder productie en een steeds grotere herstructurering van de landbouw.
Dat raakt niet alleen boeren.
Het raakt voedselproductie, economische zelfstandigheid, regionale werkgelegenheid en uiteindelijk de vraag of Nederland nog zelf bepaalt hoe het zijn voedsel produceert.
Een overheid die burgers voortdurend vertelt wat verantwoord eten is, welke auto zij moeten rijden, hoe zij hun woning moeten verwarmen en hoeveel energie zij mogen gebruiken, begeeft zich op een terrein dat veel verder gaat dan klimaatbeleid.
Dan gaat het over macht.
En misschien is dat precies waarom voedselkeuzes steeds politieker worden.
Niet omdat rechts heeft besloten dat iedereen vlees moet eten, maar omdat steeds meer mensen weigeren zich door een politieke elite te laten vertellen wat zij nog mogen eten.
Mijn bord is geen beleidsinstrument. Mijn boodschappen zijn geen klimaatakkoord. En mijn leefstijl is geen eigendom van Den Haag of Brussel.
Wie werkelijk gelooft in een vrije samenleving, accepteert dat mensen verschillende keuzes maken.
Ook wanneer die keuzes politiek niet bevallen.
