Is de derde dictatuur op komst?
Naar aanleiding van het kort geding op 15 december jl. van het Cidi tegen Thierry Baudet, leider van het Forum van Democratie, heeft een aantal overlevenden en nabestaanden van de Holocaust Baudet als steunbetuiging een getuigenis toegestuurd.
Vanaf 1e kerstdag tot en met oudejaarsdag plaatsen wij dagelijks één of meerdere van deze getuigenissen.
Door Marianne von Rosen November 16, 2021
Het artikel verscheen voor het eerst in de gedrukte wekelijkse uitgave van de Epoch Times op 13 november.
Marianne is 91 jaar oud. Wat ze nu meemaakt, doet haar denken aan vervlogen tijden. Ze heeft dit verhaal zelf opgeschreven.
Ik, Marianne, ben de oudste van het gezin, geboren in 1930, 91 jaar oud.
Wat ik nu meemaak, doet me sterk denken aan de tijden die ik al twee keer heb meegemaakt.
Ik ben geboren in de buurt van Stralsund, Mecklenburg-Vorpommern.
Mijn grootmoeder was Joods, dus ik was voor een kwart Joods.
Mijn moeder was half Joods, maar roodblond. Duitser kun je er niet uitzien.
Ik was ook zonneblond, met lang haar en een vlecht van wel een meter lang.
We woonden in een dorp met drie likeurfabrieken, want het water was er bijzonder goed.
Mijn vader werkte bij de Raiffeisenbank in Stralsund.
De eerste dictatuur
Vanaf 1933 veranderde ons leven geleidelijk.
Mijn vader verloor zijn baan bij de bank omdat hij niet wilde scheiden van zijn half-joodse vrouw.
Hij mocht gaan werken in een van de drankfabrieken die aan een familielid toebehoorden.
Veel kinderen mochten opeens niet meer met mij spelen.
Als ik met de dochters van onze dominee speelde en de kinderen van een van de schnapsfabrikanten kwamen daar ook, dan moest ik naar huis, omdat de ouders van deze kinderen weigerden contact te hebben met niet-Arische kinderen.
Op school haalden mijn oudere zus en ik slechtere cijfers omdat we niet Arisch waren.
We mochten niet lid worden van de BdM, de Bond van Duitse Meisjes, dus kregen we geen uniform of een sjaal met een knoop. Later, toen we naar het Meisjeslyceum in Stralsund gingen, mochten we in de trein naar Stralsund niet meer bij Arische kinderen zitten.
We hadden een eigen 2e klas coupé nodig, die natuurlijk door mijn ouders betaald moest worden.
Aan veel excursies mochten we niet deelnemen. Eén verhaal is bijzonder schizofreen.
Grootadmiraal Dönitz, chef van de Duitse marine, bezocht de marinebasis Stralsund.
In een open auto reed hij, net als Adolf Hitler, door de stad, de straten aan weerszijden met juichende toeschouwers en grote aantallen Hitlerjeugd in hun uniformen.
In de hoofdstraat mocht ik, het niet-Arische meisje, hem een paling geven. Omdat ik niets durfde te zeggen en ik er met mijn blonde haar en lange vlecht zo Germaans uitzag als geen ander meisje op school. Ook kreeg ik de passende BdM-kleding (witte blouse, zwarte rok, bruin jasje met insigne, zwarte sjaal met knoop).
Na het overhandigen van de paling moest ik het BdM-insigne, de sjaal, de knoop en de jas afgeven.
s Avonds werd in het theater een receptie gehouden ter ere van Dönitz. Daar was ik weer nodig als bijzonder Germaans ogend meisje.
Ik kreeg weer de complete BdM-kleding, stapte het podium op, zei: “Heil Hitler’ en kondigde met ‘Duitse groeten’ aan: “Het Stralsundse jonge meisjeskoor zingt nu …”.
Er waren in totaal 3 liedjes die ik aankondigde.
Na afloop werden al mijn kleren van me afgenomen, want die waren gereserveerd voor de Arische meisjes.
De Gestapo deed meerdere invallen in ons huis.
Maar mijn vader kreeg van tevoren een discrete tip, zodat de familie tijdens de razzia’s nooit thuis was.
Ik ben zelfs twee keer op 13/14-jarige leeftijd met mijn 7-jarige broer uit Stralsund naar Görlitz gegaan omdat onze grootmoeder van vaderskant daar woonde.
De andere grootmoeder stierf op 32-jarige leeftijd aan kanker.
Ik herinner me vooral Kerstmis 1944.
Mijn moeder vroeg mijn vader in tranen om haar neer te schieten, zodat er eindelijk een einde zou komen aan alle terreur. Toen zag ik mijn vader voor het eerst huilen.
De volgende dag werd hij opgepakt door de Gestapo. Het waren echt “hartverscheurende” momenten.
Later moest mijn vader ook nog naar een concentratiekamp omdat hij niet wilde scheiden.
We leefden dus in grote zorgen en waren opgelucht toen de oorlog eindigde en de Russen hun intrek namen.
Het leven in de DDR-dictatuur, de tweede dictatuur
Toen begon het tweede deel van mijn verhaal, het leven in de dictatuur van de DDR.
Mijn vader was altijd open, eerlijk en standvastig.
Daarom kwam hij snel in conflict met de SED hoge pieten.
Hij zat herhaaldelijk in DDR-gevangenissen omdat hij beschuldigd werd van sabotage en dergelijke.
Ikzelf heb altijd gezegd wat ik dacht dat goed was. Ik heb mijn kritiek op het systeem zelden ingehouden.
Ik heb mijn eindexamen alleen kunnen doen omdat ik op korte termijn lid werd van de FDJ (Vrije Duitse Jeugd). Kort na mijn eindexamen verliet ik de FDJ.
Ik begon aan een lerarenopleiding waarbij ik mijn mening over de politieke situatie toevertrouwde aan een oudere, zeer vriendelijke en behulpzame collega. Helaas was het een “IM”, een informeel medewerker. Hij gaf deze informatie onmiddellijk door aan de “Stasi”.
Ik liep op een middag door Stralsund toen ik een vriend tegenkwam en zei: “Wat, ben je nog steeds hier? Je wordt al gezocht.”
Ik ging snel naar huis (we woonden in Stralsund nadat de oorlog geëindigd was) en zag twee volkomen “onopvallende” mannen voor ons huis heen en weer lopen. Ik belde mijn ouders bij een vriend.
Diezelfde nacht vond mijn vader voor mij een manier om naar Berlijn te ontsnappen in een vrachtwagen die gebruikt werd om autobanden uit West-Berlijn te smokkelen. Het was eng, maar ik kwam ongehinderd in Oost-Berlijn aan en nam de metro naar West-Berlijn. Daar kon ik me melden bij het vluchtelingenbureau en werd ik later ook erkend als politiek vluchteling.
Zo eindigde mijn tijd in de tweede dictatuur, de DDR.
De intrede van de derde dictatuur
Nu ben ik getuige van de intrede van de derde dictatuur.
Het begon met de wet van de epidemische noodtoestand. Deze wet is vergelijkbaar met de Machtigingswet uit de tijd van Hitler. Het parlement wordt omvergeworpen en onder de noemer “epidemische noodtoestand van nationale omvang” wordt een soort noodtoestandsregeling ingesteld.
In 1933 werden niet alle anti-Joodse maatregelen onmiddellijk genomen. Ze kwamen slechts beetje bij beetje en werden mettertijd scherper. Daarom vonden veel Joden het onnodig het land te verlaten tot het te laat was en vanaf 1941 werden zij bijna allemaal “het gas in” gestuurd.
Nu begint het precies zoals in de jaren dertig.
De mondkapjesplicht wordt opgelegd, hoewel een groot aantal studies sedert 1974, dus lang vóór de Coronaperiode, hebben aangetoond dat deze mondkapjes, met inbegrip van de chirurgische mondkapjes, meer kwaad dan goed doen.
Onze besluitvormende elites zijn ongenaakbaar voor de logica.
Vroeger werd ik niet bediend omdat ik een kwart jood was. Vandaag word ik niet meer bediend zonder mondkap of mag ik zelfs de winkel niet binnen.
Daarna wordt de vaccinatie gepropageerd, zodat velen zich onder sociale en professionele druk laten vaccineren, ook al doen ze het niet graag vrijwillig. Ze hopen dat ze dan weer aan het sociale leven kunnen deelnemen.
Men is niet overtuigd, maar gewoon te zwak om zich tegen de vaccinatiedruk te verweren.
Geleidelijk aan zullen 2G en 1G worden ingevoerd. Ongevaccineerden worden gemarginaliseerd en basisrechten, die niet voor niets basisrechten heten en die we bij onze geboorte hebben, worden door de machthebbers omgezet in privileges voor gevaccineerden.
Onze politieke elite draait de zogenaamde ziekte- en sterftecijfers precies zoals zij wil.
Vooral Karl Lauterbach, SPD, springt in het oog.
Hoe zit het met de zwendel met de coronadoden, met de bedden op de intensive care, met de “epidemische noodtoestand van nationale omvang” die steeds verder wordt uitgebreid?
Een feitelijke discussie wordt afgewezen, een kritisch stuk van het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat al heel vroeg (april 2020) de schade van dit beleid aantoonde, wordt afgedaan als een privé-advies en de ambtenaar die dit advies opstelde als hoofd rampenrisicovermindering wordt met vervroegd pensioen gestuurd.
Critici van de politieke en gezondheidsmaatregelen worden belasterd, onder druk gezet, geïntimideerd door razzia’s en bovendien via de plaatselijke pers in een “nazi-milieu” gebracht.
Net als in de jaren dertig worden mensen belasterd en aangeklaagd, en wordt het gerechtelijk apparaat grotendeels in het gareel gebracht (rechters die zich niet hebben aangepast worden onder druk gezet).
De kinderen worden ervan overtuigd dat zij hun grootouders kunnen doden met een corona- infectie.
Zij worden verplicht mondkapjes te dragen op school en op het schoolplein, hoewel het aantal kinderen dat ernstig ziek is van Covid 19 uiterst gering is.
Tegenwoordig worden kinderen niet meer vanaf hun geboorte als gezond beschouwd, maar als een bedreiging voor hun medemensen.
Mentale schade
Het duizelt me als ik denk aan 1945 met de miljoenen doden, de verwoestingen, de ongelooflijke emotionele schade, ook bij latere generaties.
Ongelooflijke emotionele schade wordt vandaag opnieuw aangericht. De kinderpsychiatrische klinieken zitten overvol.
Veel kinderen gaan niet graag meer naar hun school omdat ze voortdurend gedwongen worden mondkapjes en testen te gebruiken. Ze kunnen de gezichten van hun leraren niet meer zien.
De gelaatsuitdrukkingen van hun leraren zijn bijzonder belangrijk voor de kleintjes.
Wij hebben gezien dat 10-jarigen na een jaar zonder schoolsport geen 50 m meer konden lopen omdat zij ademnood kregen. Veel kinderen zijn in de afgelopen anderhalf jaar dik geworden.
“Thuisonderwijs” als wonderwapen is slechts van beperkt nut.
Er is zoveel dat erger is geworden zonder dat daar een dwingende reden voor is.
Veel artsen, de officiële media, de kerken, de regering en vele anderen roepen op tot volledige vaccinatie, uiteraard “op vrijwillige basis”.
De “ongevaccineerden” zouden onverschillig zijn, besmettelijk en niet langer sociaal meegaand.
Zij moeten worden gemarginaliseerd en in hun activiteiten worden beperkt.
Zij vormen plotseling een bedreiging voor de “gevaccineerden”, hoewel de vaccinatie geacht wordt bescherming te bieden tegen een nieuwe ziekte.
Politici liegen dat het gedrukt staat.
De verdeling van de maatschappij in goed = gevaccineerd en slecht = ongevaccineerd is al vergevorderd.
Haat wordt gezaaid door de elite tegen hen die het niet eens zijn met de regering. Veel burgers stemmen hiermee in en beginnen ook met haatdragende taal tegen mensen met een afwijkende mening
Het aantal informanten is toegenomen, ook aangemoedigd door de politieke elite. We hebben het hier in Gersfeld aan den lijve ondervonden.
Als het zo doorgaat, en daar lijkt het sterk op, dan zullen de verdeeldheid in de samenleving en de uitbarstingen van haat sterk toenemen.
Ik maak nu hetzelfde mee wat ik al twee keer heb meegemaakt, in het Derde Rijk en in de DDR.
De tegenstanders worden monddood gemaakt, eventueel naar de gevangenis gestuurd (of later naar een concentratiekamp), de volgzamen en de volgelingen worden beloond en de hele dictatuur begint nu voor de derde keer opnieuw. Ik had nooit gedacht dat ik nog eens zo’n ontwikkeling zou moeten meemaken.
Maar een groot deel van onze bevolking, vooral in de westelijke deelstaten, heeft maar weinig geleerd van de geschiedenis van het Derde Rijk en de DDR. Bijna alles loopt momenteel nog zoals in de catastrofale jaren. Ik hoop dat het niet zo vreselijk afloopt als in 1945.
Ik ben nog een levende getuige.
Maar over een paar jaar zal ik dood zijn en zal mijn verhaal vergeten zijn.
