Hoe moet modern toponderwijs eruitzien?
Goed onderwijs bereidt je voor op de realiteit van volwassenheid en succesvolle interactie met de wereld. Dit is zo op universitair niveau, maar ook voor thuisonderwijs: een goede opleiding ontwikkelt de intellectuele, emotionele en sociale spieren. Je wordt gevormd tot een persoon die techniek gebruikt om zaken zelf te begrijpen, niet als alternatief voor eigen begrip; die verantwoordelijkheid accepteert in plaats van verhalen over slachtofferschap; en die weet dat menselijke bloei plaatsvindt in gemeenschappen, niet geïsoleerd.
Door Vertaalteam; bron: Brownstone.org
Goed onderwijs op tertiair niveau werd 500 jaar lang gegeven door kleine, onafhankelijke ‘colleges’ die een campusomgeving hadden waar je volledig op in ging en waar de ontwikkeling van alle spieren werd versneld. Onderdompeling, reflectie en persoonlijke feedback in een kleine, onafhankelijke gemeenschap waren de norm voor de elite.
Wijzelf hebben genoten van het beste van het systeem zoals het was aan het eind van de 20ste eeuw, van de Europese gymnasia tot de Amerikaanse Ivy League. Onze generatie heeft zelfs het hoogste gemiddelde IQ van alle generaties in het Westen.
Daarentegen zijn de nieuwere generaties teruggevallen naar cognitieve niveaus van een eeuw geleden, met scherpe dalingen aan de bovenkant: de gemiddelde scores voor wiskunde zijn gedaald en de aandachtsspanne is vooral onder jongeren afgenomen, van meer dan een half uur tot minder dan een minuut. Het concentratievermogen, het kritisch denkvermogen en de sociale weerbaarheid zijn de afgelopen 50 jaar dramatisch gedaald. Studies wijzen er sterk op dat het gemiddelde IQ in Westerse landen, na een gestage stijging tijdens de 20e eeuw toen meer mensen toegang kregen tot beter onderwijs, de laatste decennia aan het dalen is.
De reden voor deze rampzalige achteruitgang is niet genetisch. De reden is datgene wat ons slim heeft gemaakt niet langer werkt. De waarschijnlijke oorzaken zijn smartphones, verslavende afleidingen op het internet, bureaucratie, slechte sociale gewoonten en onophoudelijke storende propaganda die allemaal zijn doorgedrongen tot instellingen voor hoger onderwijs en het leven van hun studenten. Deze fenomenen hebben het niveau van de inkomende studenten verminderd en zogenaamd elite-onderwijs gedegradeerd.
Uitgangspunten voor hervorming
Er zijn drie hoofduitgangspunten.
Het eerste uitgangspunt is om het hoger onderwijs opnieuw klein en onafhankelijk te maken. Dit vereist het verwijderen van de vele bureaucratische lagen die onze moderne instellingen voor hoger onderwijs omringen, omdat deze lagen academici en de instelling als geheel beroven van onafhankelijkheid, inclusief de vrijheid om transformatief onderwijs te bieden.
Om een idee te krijgen van de omvang van dit probleem: in zes van de acht ‘beste’ Australische universiteiten (samen de Groep van 8 of ‘Go8’ genoemd) is het administratieve personeel groter dan het academische personeel, en niet zo’n klein beetje ook. Sinds het midden van de jaren 90 is het aantal niet-academische personeelsleden 70% sneller gegroeid dan het academisch personeel. In de VS is de situatie hetzelfde: Yale, een van onze alma maters, heeft meer administrateurs dan undergraduate studenten, en dat is geen uitzondering.
Bureaucratie infantiliseert studenten en academici. Bureaucratie staat van nature haaks op immersief of inspirerend onderwijs omdat het gericht is op processen, niet op studenten. Tekenen van bureaucratische overname in een instelling voor hoger onderwijs zijn voorschrijvende leerresultaten, take-home-examens, ‘veilige ruimtes’, enorme collegezalen, toestemmingsformulieren, en programma’s voor speciale behoeften. De bureaucratie van zowel de grote universiteiten als de staat eist continue naleving en dringt zo alles tot middelmatigheid.
Slechte sociale gewoonten, smartphones en verslavende afleidingen vormen hun eigen uitdaging. De leefomgeving op veel universiteiten bevat tegenwoordig vrienden die verwachten dat je altijd beschikbaar bent; fastfood dat lekker smaakt maar je dik en chagrijnig maakt; en gemakkelijke digitale toegang tot porno, puzzels, games en sociale prikkelingen die de jongeren verleiden met snelle dopaminehits ten koste van hun ontwikkeling op de langere termijn.
Aangezien de grootste verleidingen te maken hebben met ons verlangen om deel uit te maken van onze groep, is het tweede oplossingsprincipe dat tertiaire instellingen van topniveau expliciet nieuwe groepsgewoontevorming moeten stimuleren. De omgeving moet zo meeslepend en potentieel sociaal lonend zijn dat studenten gemotiveerd worden om betere sociale gewoonten met elkaar te verkennen en te ontdekken.
Een buitenwereld vol onophoudelijke, doelbewuste, persoonlijk afgestemde, verstorende propaganda vormt de grootste uitdaging, een uitdaging waar de hogescholen van vroeger niet mee te maken hadden omdat manipulatie toen nog niet zo goed georganiseerd, constant en immersief was. Vóór 1970 was het gemakkelijk om de rest van de wereld weg te houden van de leeromgeving.
Iedereen met een smartphone wordt nu dagelijks aangespoord om te geloven in een nieuwe vijand, een nieuwe snelle oplossing, onze eigen onbetwistbare grootsheid, de onfeilbaarheid van een leider, en een nieuwe obsessie. Al onze zwakheden worden op brute wijze aangeboord en misbruikt, via manipulatie die nu volautomatisch wordt uitgevoerd door algoritmes die ons beter kennen dan wij onszelf. Tegen deze aanval van intelligente manipulatie van al onze zwakheden is er maar één manier om te ontsnappen: we moeten onze zwakheden moedig onder ogen zien en ze aanvaarden en omzetten in kansen voor persoonlijke ontwikkeling.
Om studenten uit te rusten met het vermogen om te gedijen in een wereld waarin hun diepste angsten en verlangens voortdurend als wapens worden gebruikt om hen te manipuleren, is het derde oplossingsprincipe het beoefenen van radicale eerlijkheid over onszelf en de menselijke samenleving.
We gaan hieronder dieper in op deze drie oplossingsprincipes en laten zien hoe ze wijzen op een compleet andere vorm van academia dan we nu hebben. Bijna niets in de huidige onderwijsmarkt is in lijn met deze drie principes, dus òf we hebben het mis, òf de markt moet zich nog ontwikkelen. (Er zijn geen prijzen te verdienen met het raden van welke van de twee volgens ons waar is.
Klein en onafhankelijk
Kleine, onafhankelijke academies hebben een enorm kostennadeel ten opzichte van de huidige diplomafabrieken. Op een kleine plek is de ratio personeel/student veel hoger, de kwaliteit van het personeel moet beter zijn en de academie moet al haar overheadkosten (IT, terreinbeheer, marketing, werving van personeel, HR) zelf doen voor een gemeenschap van studenten die met gemak honderd keer kleiner is dan de huidige norm. De eerste kleine onafhankelijke academies die niet in staat zijn om activiteiten als marketing en IT op te schalen, moeten een berg beklimmen – een enorme drempel om toe te treden in het lexicon van de economie. Dat is deels de reden waarom ze nog niet bestaan.
Is dit principe van ‘klein en onafhankelijk’ echt nodig? Met welke hindernissen worden superrijke, middelgrote instellingen als Harvard en Yale geconfronteerd die hen ervan weerhouden toponderwijs aan te bieden?
De achilleshiel van de Ivy League colleges in Amerika, en vergelijkbare plaatsen elders, is hun grote bureaucratie die weliswaar de IT, marketing, werving en alle andere overhead-activiteiten regelt, maar hierdoor telkens problemen tegenkomt waarvoor de oplossing meer bureaucratie en minder leren is. Dit is de aard van een grote bureaucratie. De oren van bureaucraten zijn niet zozeer gespitst op academici, maar op eisen van de overheid en dreigende juridische claims. Het meest verraderlijke is misschien wel dat hun banen gebaseerd zijn op het formaliseren en standaardiseren van de onderwijservaring, en in het proces worden het geld, de tijd en de aandacht van studenten verkocht aan commerciële belangen.
Laten we volstaan met het illustreren van het laatste, meest controversiële punt: het verkopen van de middelen van studenten, wat op verschillende verraderlijke manieren gebeurt in de Ivy League en andere zogenaamde topinstellingen voor hoger onderwijs.
Laten we eerst stilstaan bij het in bezit nemen van zowel het curriculum als de pedagogie door commerciële belangen. Tegenwoordig is het standaard dat een universiteit zich abonneert op een “learning management system” (bijv. Canvas, Moodle, Blackboard) dat een formele structuur opzet voor het organiseren van wat er in een cursus wordt gedaan. De initiële beslissing op welk systeem men zich wil abonneren, duurt vaak lang en is enigszins competitief, maar als de beslissing eenmaal is genomen, zit een universiteit in wezen vast aan één technologische “oplossing”, waardoor academici gedwongen worden om dat systeem ook te gebruiken.
Wat ze onderwijzen en de manier waarop ze het onderwijzen is dan meteen meer voorgeschreven, meer van tevoren gepland (en dus minder goed aan te passen aan de behoeften van studenten naarmate een cursus vordert), en meer zichtbaar – wat betekent meer controleerbaar door bureaucraten die naleving willen controleren – dan in vroegere tijden, terwijl het onvermijdelijk is dat bugs in het systeem opduiken en slechts langzaam en halfslachtig worden aangepakt omdat de kosten voor de universiteit om over te stappen naar een ander systeem hoog zijn als ze eenmaal op de stippellijn hebben getekend.
De formele structuur dwingt studenten hun tijd en aandacht te richten op de learning management “oplossing” zelf, met bugs en al, en welke functies of pakketten daarbinnen het makkelijkst te gebruiken zijn, van specifieke plagiaatcontrolesoftware tot bepaalde bestandstypen. Hoe handig voor Adobe, Turnitin en vele andere bedrijven die zo gratis reclame krijgen en studenten onder druk zetten om hun producten te gebruiken.
Daarnaast worden verschillende geaccepteerde ideologieën in het moderne curriculum gestopt (denk aan klimaatverandering, genderfluïditeit of de overdreven dreiging van covid) die goed klinken voor bureaucraten en nuttig zijn voor bedrijven die op zoek zijn naar hun toekomstige klanten. De belangen van farmaceutische bedrijven bepalen wat er in medische opleidingen wordt onderwezen. Een academicus van de Harvard Medical School en voormalig redacteur van het New England Journal of Medicine stelde meer dan twintig jaar geleden op dat
“wanneer de grenzen tussen de industrie en de academische geneeskunde zo vaag worden als nu, de zakelijke doelen van de industrie de missie van de medische opleidingen op meerdere manieren beïnvloeden. In termen van onderwijs leren medische studenten … onder de constante voogdij van vertegenwoordigers van de industrie, meer te vertrouwen op geneesmiddelen en apparaten dan ze waarschijnlijk zouden moeten.”
Stel je eens voor hoeveel erger het nu is, twintig jaar later. Dezelfde corruptie van het curriculum heeft plaatsgevonden in andere vakgebieden, zoals mijnbouw en voedingswetenschappen, waar het commerciële belang om de aandacht van studenten te trekken groot is en bureaucraten kunnen eisen dat bepaalde “standaard” inhoud wordt behandeld.
Een andere kaping van de middelen van studenten vindt plaats wanneer de tijd van studenten wordt opgeslokt door het leren van steeds meer gespecialiseerde commerciële software (in de economie zijn de meest voorkomende Excel, Stata, SAS, Matlab en EViews). Universiteitsbureaucraten willen hun eigen studenten maar al te graag aan deze software binden en benadrukken zelfs dat het gebruik van dergelijke software een educatief voordeel is, hen overhalend om toekomstige klanten te worden. In plaats van meester te worden in de ideeën achter technieken worden studenten slaven van de bedrijven die geld verdienen aan technieken.
Een kaping op een diepere laag vindt plaats op het niveau van de voorkeurstheorieën over de wereld die de machtigen goed uitkomen. Studenten wordt in reguliere economieprogramma’s geleerd dat, op enkele uitzonderingen na, degenen die rijk zijn hun stand verdienen, omdat ze die hebben verdiend door de werking van gezonde marktkrachten in plaats van door de corruptie en de obscure uitwisseling van geschenken die in feite de motor zijn van de accumulatie van rijkdom in veel delen van het moderne Westen.
Op dezelfde manier worden studenten aangemoedigd om vijandig tegenover elkaar te staan: de les dat de vijand zich binnen hun eigen gelederen bevindt in plaats van buiten hen, wordt onderstreept door het (opnieuw door de bureaucratie goedgekeurde) onophoudelijke gehamer op diepgewortelde conflicten binnen de groep, zoals huiselijk geweld en systemisch racisme.
De echte vijanden van maatschappelijke gezondheid, waaronder de corrupte elite en de enorme multinationals die velen van hen leiden, zijn om voor de hand liggende redenen heel tevreden met deze stand van zaken: het verzwakt de weerstand tegen hun wil en creëert tegelijkertijd een gretige nieuwe generatie kopers.
We kunnen deze verschuiving in focus zien door moderne missieverklaringen van universiteiten te vergelijken met die van voorgaande jaren. Nog in 2014 luidde de missieverklaring van Harvard als volgt:
“Harvard streeft ernaar kennis te creëren, de geest van studenten te openen voor die kennis en studenten in staat te stellen optimaal gebruik te maken van hun onderwijsmogelijkheden. Om deze doelen te bereiken moedigt het College studenten aan om ideeën en hun vrije expressie te respecteren, en zich te verheugen in ontdekkingen en kritisch denken; om uitmuntendheid na te streven in een geest van productieve samenwerking; en om verantwoordelijkheid te nemen voor de gevolgen van persoonlijk handelen.
Harvard streeft ernaar beperkingen die de volledige participatie van studenten in de weg staan, op te sporen en weg te nemen zodat individuen hun capaciteiten en interesses kunnen verkennen en hun volledige intellectuele en menselijke potentieel kunnen ontwikkelen. Onderwijs aan Harvard moet studenten de vrijheid geven om te onderzoeken, te creëren, uit te dagen en te leiden.
De steun die het College aan studenten biedt, is een fundament waarop zelfredzaamheid en gewoonten van levenslang leren zijn gebouwd: Harvard verwacht dat de geleerdheid en collegialiteit die het in zijn studenten stimuleert, hen er in hun latere leven toe zal brengen kennis te bevorderen, begrip te kweken en de maatschappij te dienen.”
Vandaag de dag is de missieverklaring van Harvard de volgende:
“De missie van Harvard College is het opleiden van burgers en leiders voor onze samenleving. We doen dit door onze toewijding aan de transformerende kracht van een opleiding in de vrije kunsten en wetenschappen.
Door in het klaslokaal te beginnen met nieuwe ideeën, nieuwe manieren van begrijpen en nieuwe manieren van weten, beginnen studenten aan een reis van intellectuele transformatie. Door middel van een diverse leefomgeving, waar studenten samenwonen met mensen die verschillende onderwerpen bestuderen, die uit verschillende lagen van de bevolking komen en veranderende identiteiten hebben, wordt de intellectuele transformatie verdiept en worden de voorwaarden voor sociale transformatie gecreëerd. “We hopen dat studenten hierdoor hun leven zullen gaan vormgeven door een gevoel te krijgen van wat ze willen doen met hun gaven en talenten, door hun waarden en interesses in kaart te brengen en door te leren hoe ze de wereld het beste kunnen dienen.”
Wat is weg? Het niet-specifieke creëren van kennis, het niet-specifieke openen van de geest, respect voor ideeën en hun vrije expressie, ontdekking, kritisch denken, het niet-specifieke vervullen van potentieel, verkenning, uitdaging, vreugde, persoonlijke verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid. Wat is ervoor in de plaats gekomen? Diversiteit, persoonlijke identiteiten, persoonlijke wensen, waarden en interesses en de specifieke doelen van intellectuele en sociale transformatie. Wat wordt voorgehouden als het doel is leren door en voor bepaalde vooraf bekende fenomenen (“diversiteit” en “transformatie”), op een manier die tegemoet komt aan het eigenbelang en die aansluit bij modewoorden die goed staan in een marketingbrochure.
De verloedering van wat er op universiteiten gebeurt, heeft plaatsgevonden met de medeplichtigheid van academici zelf, die het vaak in het belang van hun eigen carrière vinden om mee te gaan met reguliere ideologieën, en te moeilijk om weerstand te bieden aan de pesterijen door de bureaucratie om dit op andere momenten wel te doen, waardoor er niemand overblijft om de geest van studenten te beschermen. Het zijn de academici die de studenten hebben verkocht aan de pushers van schadelijke stoffen en verhalen, of dat nu farmaceutica zijn, of de woke-brigade of de voedingsindustrie is. ‘Wij’ hebben die pushers uitgenodigd om onze curricula te ontwerpen en onze studenten te onderwijzen, of we hebben, voor de juiste prijs, hun de propaganda zelf opgedrongen.
Het is een lucratieve klus. Wij – zowel de individuele academici als de instellingen waarvoor we werken – krijgen een goede prijs voor het verraden van onze studenten: onderzoeksbeurzen en algemene bewondering voor de academici, monumentale gebouwen en een belangrijke plaats aan de tafel van de bureaucraten. De studenten, die niet weten dat ze verraden zijn, klagen ook niet, omdat ze denken dat ze de best mogelijke opleiding krijgen, waardoor ze gegarandeerd een goede baan zullen krijgen als ze afstuderen.
Het is allemaal win-win, behalve voor de toekomst van de studenten en de maatschappij in het algemeen, omdat domme schapen de arbeidsmarkten en de stemhokjes overspoelen. In plaats van volwassen, denkende individuen die zich bewust zijn van de gevaren in de echte wereld en die een persoonlijk belang voelen in het beschermen en opbouwen van hun gemeenschap, krijgen we egoïstische niet-volwassenen zonder interesse of vermogen om bloeiende organisaties op te zetten.
Zoals Elon Musk onlangs zei over de economische cheerleader van de tarievenoorlog van Trump, Navarro, is een economiediploma van Harvard een slechte zaak, geen goede zaak. Dit was natuurlijk al duidelijk voor Brownstonians gezien het feit dat geen van de veronderstelde top 50 Amerikaanse economen tegen de Covid-lockdowns was toen hun werd gevraagd om commentaar te geven in april 2020.
Elon heeft het ook gemerkt en is gewoon ongebruikelijk eerlijk over de werkelijke staat van kwaliteit van de Ivy League. Hij zegt wat de captains of industry al weten, maar wat nog wel even zal duren voordat het doordringt tot de oren van de rijke families: de Ivy League is niet langer bezig met het aanbieden van toponderwijs, en dat kan ook niet zolang ze zo bureaucratisch en afhankelijk van bedrijfsbelangen zijn. Het uitbreiden en systematiseren van hun onderwijsaanbod heeft hen vernietigd, waardoor de zogenaamde topuniversiteiten het moeten stellen zonder de juiste studenten, de juiste curricula of de juiste academici.
Je moet klein zijn om geen grote bureaucratie te hebben. Je moet onafhankelijk zijn van geld om te voorkomen dat je de belangen van studenten verkoopt. Samen impliceren deze vereisten dat je buiten het accreditatiesysteem van de overheid moet staan om te ontsnappen aan de tentakels van de officiële bureaucratie. Ethische commissies, de aanwijzingen van politici, verplichte leerresultaten, gezondheids- en veiligheidsvoorschriften, enzovoort, zijn termen waarmee de overheidsbureaucratie elke academie die binnen het systeem werkt zal dwingen haar studenten over te leveren aan propaganda en commerciële belangen.
We concluderen dat ‘klein en onafhankelijk’ een echte noodzaak is. Om goed tertiair onderwijs opnieuw te ontdekken, moeten we terugkeren naar het model van kleine, onafhankelijke academies die het grootste deel van de afgelopen 500 jaar dergelijk onderwijs verzorgden. Academies met niet meer dan een paar honderd studenten zouden weer de norm moeten worden aan de top, zoals ze dat waren tot de 20ste eeuw. De top zal veel minder bestuurders hebben en ook veel minder studenten.
Nieuwe groepsgewoonten
De problemen van slechte sociale gewoonten, smartphones en verslavende afleidingen zijn moeilijk op te lossen, vooral omdat ze zo vroeg in de kindertijd worden ingebakken door ouders die digitale apparaten en junkfood gebruiken om hun kinderen te kalmeren zodra ze hun fopspeen hebben uitgespuugd. Slechte sociale gewoonten omvatten een hele reeks stoornissen zoals slechte eetgewoonten, slechte bewegingsgewoonten, een alomtegenwoordige slachtoffermentaliteit, ongezonde genderrelaties en een gebrek aan persoonlijke verantwoordelijkheid.
Slechts weinigen van de huidige adolescenten hebben het geluk gehad om naar scholen te gaan en in gezinnen te leven die deze slechte gewoonten hebben vermeden. De rest eet slecht, beweegt weinig, is eraan gewend dat ze als hulpeloze idioten worden behandeld en zijn verloren als ze niet op deze manier worden behandeld, kunnen niet gezond omgaan met de andere sekse zonder grote hoeveelheden alcohol en hebben geleerd afhankelijk te zijn van deze situatie door een vorm van slachtofferschap toegekend te krijgen.
Je zou kunnen denken dat de oplossing ligt in het verbannen van moderne technologie uit scholen en colleges, maar helaas: zelfs de weinige studenten die veerkrachtige families en gemeenschappen achter zich hebben, hebben een sociaal leven en zelfbeeld die beide grotendeels online staan en onderhouden worden via smartphones, waardoor ze aan voortdurende verleidingen worden blootgesteld. Pornografie, kinderlokkerij, online games, meedogenloze marketing, emotioneel aantrekkelijke politieke propaganda, clickbait, sociale druk om koste wat het kost een winnaar te lijken en het oneindige geheugen van alles wat iemand ooit in verlegenheid heeft gebracht – dit alles staat elke online minuut klaar om een student te overvallen. Alleen geestelijk sterke adolescenten kunnen hier immuun voor zijn en elk eenvoudig verbod zal worden omzeild door slimme jongeren.
Deze technologieën zijn niet gemakkelijk aan de kant te schuiven om de extra reden dat afgestudeerden klaar moeten zijn om ze te gebruiken als ze succesvol willen zijn in de wereld, omdat de wereld van werk en sociale contacten je dwingt om online en aan de telefoon te zijn. Hoewel je met verschillende trucjes de blootstelling kunt verminderen, kun je moderne persoonlijke technologie niet helemaal buitensluiten en hopen deel te blijven uitmaken van de moderne samenleving. Toch zijn studenten door deze technologie overgeleverd aan degenen met geld om te bepalen wat ze te zien en te overwegen krijgen. Technologie toelaten betekent dus ook te maken krijgen met opzettelijke en constante opdringerige propaganda.
De uitdagingen van slechte moderne groepsgewoonten voor het ontwerp van tertiair onderwijs zijn door geen enkele bestaande universiteit echt serieus opgepakt. Gedeeltelijk is dit te wijten aan het falen van de academici om de problemen van studenten onder ogen te zien: omdat we het zelf al ‘gemaakt’ hebben toen de wereld nog anders was, negeren we de moderne problemen van studenten liever of maken we ze erger door ze in te bedden in het leerproces. De universiteitsbureaucratieën erkennen deze problemen nauwelijks als problemen die ze moeten proberen op te lossen.
De uitdagingen van slechte gewoontes, digitale apparaten en voortdurende blootstelling aan het internet bestonden vroeger niet, dus we kunnen niet naar het verleden kijken voor oplossingen. Dus hoe gaan we ermee om?
Een nieuw model
Eén benadering is het opzetten van een sociaal experimentele campusomgeving waarin studenten zelf moeten ontdekken hoe ze een gemeenschap met elkaar kunnen zijn, door te werken aan de problemen waarmee ze binnenkomen, inclusief slechte gewoontes en disfunctionele genderrelaties. In deze omgeving moeten de studenten zelf collectief uitzoeken hoe ze de afleidingen van digitale apparaten en sociale media kunnen vermijden door de sociale mogelijkheden te benutten die vlak voor hen liggen: elkaar, persoonlijk. Om op dit gebied vooruitgang te boeken zijn echte gesprekken nodig en de bereidheid om te experimenteren en fouten te maken.
Leerlingen kunnen bijvoorbeeld hun eigen speeddatesessie ontwerpen om erachter te komen wie zich enigszins aangetrokken voelt tot en geïnteresseerd is in wie, zoals dorpspleinen al eeuwenlang voor dit doel worden gebruikt. Leerlingen kunnen met elkaar onderhandelen over gezond eten en bewegen, op basis van hun eigen gezamenlijke onderzoek. Leerlingen kunnen uitzoeken hoe ze ruimte kunnen maken voor sociaal onhandige leden die niet veel willen socialiseren. Studenten kunnen normen bedenken voor wanneer ze allemaal de smartphones wegleggen en wanneer ze er allemaal tijd voor maken. Studenten kunnen uitzoeken wat ze moeten doen met leden die de verleiding niet kunnen weerstaan. In echt eerlijke gesprekken met elkaar kunnen studenten deze en andere dingen als groep uitwerken.
Eerlijke gesprekken zelf zijn echter niet de norm in de moderne samenleving, dus ze moeten geoefend en gewend worden. Studenten kunnen hierbij tot op zekere hoogte geholpen worden door academici en alumni, die trucjes kunnen voorstellen om tot eerlijke gesprekken te komen, maar uiteindelijk is de kloof tussen wat gezond is en de sociale gewoonten die nu normaal zijn zo groot, dat de sprong alleen gemaakt kan worden door de studenten zelf nadat ze die problemen eerlijk onder ogen hebben gezien en verantwoordelijkheid hebben genomen voor hun oplossingen. Dit zal heel moeilijk, riskant en stressvol zijn, dus het is iets dat geen enkele grote bureaucratie voor elkaar kan krijgen.
Hoe kun je, terwijl je de slechte kanten van nieuwe technologie wegduwt, het goede vastleggen? Ons voorstel is om academisch experimenteel te zijn als het gaat om AI en andere nieuwe technologieën. Wij pleiten ervoor om nieuwe technologie uit te proberen en dan samen met studenten het nut ervan te evalueren, om geleidelijk als collectief te bepalen wat het beste werkt.
Bijvoorbeeld, geleid door het principe dat AI studenten moet helpen hun mentale spieren aan te scherpen in plaats van hun eigen denken te vervangen, zou een collectief van lerenden op het idee kunnen komen dat het nodig is studenten aan te moedigen AI op een gezonde manier te gebruiken. Je zou dit kunnen doen door ze op tijd aan te spreken als ze struikelen en AI gebruiken als een kruk om op te leunen in plaats van een hulpmiddel om zelf sneller te worden.
De energie om dit te doen kan niet alleen van de academici komen, omdat hun tijd beperkt is, en ook omdat de mate van motivatie van een individu voor goed gebruik sociaal van oorsprong is: studenten volgen hun collega’s net zo goed als de academici. Het zijn dus de studenten die elkaar moeten helpen om AI beter te gebruiken. Er moeten werkgewoonten en discussies met medestudenten worden gevonden die gezond AI-ondersteund leren leuk en lonend maken.
Neem bijvoorbeeld het gebruik van AI om mensen te helpen betere schrijvers te worden. AI geeft duidelijke feedback over grammatica, zinsbouw, alineaovergangen en de juistheid van bepaalde ‘feiten’. Toch is de verleiding groot voor een student om AI te vragen een hele eerste tekst te schrijven en deze vervolgens voldoende aan te passen om aannemelijk te maken dat deze door de student is geschreven.
Na verloop van tijd vernietigt dit soort gebruik de creativiteit van de student, omdat zijn of haar schrijfspieren niet worden opgerekt. Hoe zorg je ervoor dat studenten die valkuil vermijden, terwijl ze toch dicht genoeg bij AI blijven om te oefenen met schrijven en tegelijkertijd AI gebruiken om op de juiste momenten feedback te geven?
Eén mogelijkheid is dat studenten een uur lang individuele essays schrijven met pen en potlood in een gemeenschappelijke ruimte waar ‘AI-bedrog’ wordt geobserveerd. Na dat uur zouden ze hun essays aan elkaar presenteren en bespreken in één-op-een-gesprekken. Dit zou helpen om degenen die hun werk door AI lieten doen uit te sluiten, omdat hun gesprekspartner het zou merken. Ze kunnen dan hun essays verbeteren op basis van de feedback van hun partners, en pas daarna hoeven ze zich tot AI te wenden om suggesties te doen om de grammatica, het alineaverloop of andere structurele elementen te verbeteren.
Dergelijke experimenten zouden kunnen worden uitgevoerd op grote universiteiten, maar bureaucratieën zouden zich daartegen verzetten omdat dit soort activiteiten van nature oncontroleerbaar zijn en steunen op sterke sociale gemeenschappen van studenten en academici die de gewoonte hebben om elkaar te helpen. Voor een bureaucraat betekent dat allemaal mogelijke rechtszaken, machtsverlies en mogelijk zelfs verlies van hun eigen baan. Niets te winnen, dat is zeker.
Kleine academies zijn de enige plaatsen die de experimentele laboratoria kunnen worden die nodig zijn voor sociale en leergemeenschappen om nieuwe sociale gewoonten te (her)ontdekken en te ontwikkelen. Het zijn plaatsen waar oplossingen voor moderne technologische uitdagingen en mogelijkheden ontdekt kunnen worden. Jonge topstudenten zijn hiervoor nodig, juist omdat zij het meeste te winnen hebben bij het uitzoeken ervan: zij kunnen individueel en als groep het beste zien wat de oplossingen zijn en hoe ze deze oplossingen, zodra ze afgestudeerd zijn, kunnen ‘verkopen’ aan de rest van de samenleving. Hun oplossingen kunnen doorsijpelen naar bedrijven, middelbare scholen en hele gemeenschappen. Hun oplossingen worden maatschappelijke oplossingen: het resultaat van het nastreven van persoonlijk belang wordt een vorm van hulp aan hun land.
Een laatste onderdeel: Radicale eerlijkheid
Hoe onbeleefd het ook is om dit te zeggen, Machiavelli had 500 jaar geleden gelijk. Nietzsche had 150 jaar geleden gelijk. De sociale psychologie en neurowetenschappen hebben vandaag gelijk: wij mensen liegen voortdurend tegen onszelf, vooral als het om sociale zaken gaat. We vleien onszelf en onze bazen. We geloven autoriteit omdat dat ons minder in de problemen brengt. We gaan voor wat gemakkelijk is in de hoop moeite te vermijden. We gaan voor de gemakkelijke uitleg alleen maar om een mening te hebben. We liegen omdat het zo moeilijk is om de waarheid te ontdekken of onder ogen te zien.
Leugens tegen onszelf en anderen zijn een onophoudelijk kenmerk van het landschap, en intellectuelen liegen meer dan anderen omdat het bijzonder moeilijk is om hen erop te betrappen. Zoals de oude kwinkslag luidt: “Sommige dingen zijn zo dom dat alleen een intellectueel erin kan geloven”. We hebben dit de afgelopen vijf jaar in actie gezien tijdens de lockdowns, de mRNA-vaccin-manie, de aanval van woke, enzovoort: de intellectuele klasse in het bijzonder loog en loog en loog, zowel tegen zichzelf als tegen anderen, omdat het makkelijk was en omdat ze echt geen flauw idee hadden.
Het internet en de moderne media zijn manipulatiemachines als het gaat om alles wat commercieel en controversieel is. Ze zijn er in wezen op uit om ons te beroven van alles wat we hebben: ons geld, onze stem, onze jeugd, onze tijd, ons lichaam. Wat ze het meest manipuleren zijn de leugens die we onszelf vertellen: wat we onszelf voorliegen wordt snel herkend door geautomatiseerde programma’s en vervolgens gebruikt om ons af te zetten. Het is nu een industrie.
Als we oneerlijk zijn over onze eigen onwetendheid over crypto, zal een AI ons een advertentie sturen om te handelen op cryptobeurzen, waarbij hij belooft dat we snel rijk zullen worden terwijl hij ons stilletjes vette commissiekosten in rekening brengt. Als we oneerlijk zijn over onze talenten, zal een AI-advertentie ons vleien en ons laten solliciteren naar banen en partners waar we geen kans op maken, waardoor het aantal hits op de juiste websites toeneemt.
Als we oneerlijk zijn over onze eigen sociale tekortkomingen, zal een AI-gestuurde advertentie ons vertellen dat we een welbekende geestelijke stoornis hebben die ons vrijpleit en waarvoor we de juiste dure medicijnen moeten gebruiken. Als we oneerlijk zijn over onze geheime angsten, zal een AI ons pushen om iets te kopen dat het gevaar afwendt waar we bang voor zijn of ons pushen om te stemmen op de man die het gevaar afwendt.
Op deze vreemde manier worden onze leugens nu non-stop afgestraft door algoritmes. Onze leugens zijn onze zwakheden geworden. Dit zal niet stoppen nadat we uit een onderwijsinstelling komen, of over tien jaar. De manipulatie van onze zwakheden is nu 24/7 realiteit, voor de rest van ons leven en dat van al onze studenten. Binnenkort zal er AI opstaan die veel beter dan mensen is in het herkennen van onze zwakheden en ons er steeds meer voor straft.
In het licht van deze realiteit moeten we iets doen wat we in de geschiedenis van het onderwijs nog nooit hebben gedaan: een praktijk van radicale eerlijkheid aannemen – tegenover onszelf en de maatschappij. Alleen eerlijkheid tegenover onszelf kan iemand beschermen tegen de verleidingen van propaganda, reclame en luie antwoorden die de moderne wereld in overvloed biedt. Alleen eerlijkheid tegenover de maatschappij kan anderen helpen om minder gemanipuleerd te worden.
Eerlijk zijn tegen jezelf is pijnlijk. Machiavelli dacht dat bijna niemand het kon. Nietzsche was zo moedeloos over mensen dat hij opriep tot ‘über-menschen’ die zichzelf deze bijna onmogelijke taak zouden stellen.
Toch is zelf-eerlijkheid een spier die getraind en ontwikkeld kan worden. Om te groeien is er emotionele veiligheid nodig en een omgeving waarin anderen ook in deze dimensie groeien, maar het kan. Zowel Machiavelli als Nietzsche gaven ons boeken die illustreren hoe radicale eerlijkheid eruitziet: beiden zeiden dingen die door de eeuwen heen door de mainstream werden veracht, maar zoals elke onwelkome waarheid, blijven hun boodschappen terugkomen.
Machiavelli vertelde ons dat de meeste mensen oordelen op uiterlijk omdat ze niet het inzicht hebben om daden te analyseren. Ook zei hij dat heersers angstverhalen in stand moeten houden om goed te kunnen regeren. Als uitsmijter gaf hij aan dat mensen anderen gemakkelijker zullen vergeven voor het doden van hun vaders dan voor het afpakken van hun erfenissen.
Dit zijn vreselijk onwelkome boodschappen. Wie zou niet willen dat deze dingen onwaar waren? Geen wonder dat Machiavelli door iedereen aan de kaak is gesteld.
Maar als hij gelijk had, denk dan eens aan de schade die AI-manipulatie ons kan berokkenen door ons ertoe aan te zetten zulke waarheden te blijven negeren: we zouden ons blijven laten leiden door de schijn, gemanipuleerd worden door onze angsten en ons vergissen in de daden van anderen waar we wrok over zullen koesteren. Accepteren dat hij wel eens gelijk zou kunnen hebben, is een eerste stap op weg naar de ontdekking van onszelf en de samenleving.
Nietzsche was nog brutaler en confronterender. Hij vertelde ons dat alle mensen een ‘wil tot macht’ hadden en dat je, om te groeien, dit van jezelf moest accepteren en ermee moest werken in plaats van te doen alsof je het los kon laten. Hij stelde ook dat de rede ‘God doodde’ en dat mensen God in zichzelf moesten vinden. Hij dacht dat de moderne maatschappij van nature zielloos en consumentistisch was, afgesneden van God, zoals in een markt waarin God wordt gedegradeerd tot de zoveelste bedelaar op zoek naar geld. Hij wilde dat mensen het geloof in zichzelf zouden vinden, via voortdurende zelf-uitdaging en uiterlijke werken.
Hoe verschrikkelijk en confronterend! Wie zou zulke mogelijke waarheden onder ogen willen zien als men zich realiseert wat ze impliceren over hoe men tot nu toe heeft geleefd? Denk eens na over wat dit soort ideeën doet met de wereld van ‘veilige ruimten’ of het idee van ‘de zuiveren van hart’: ze ontmaskeren het eerste als infantiliserend en het tweede als puur bedrog. Toch is de boodschap, hoe hard die ook is, bezielend en op een ongebruikelijke manier bevrijdend. Ze biedt mogelijkheden voor individuele en maatschappelijke groei.
Zowel Machiavelli als Nietzsche beweerde dat de geleerden van hun tijd stevig bezig waren met het verspreiden van verschillende ideologische leugens in hun colleges in het verleden. Zoals hierboven opgemerkt, dacht Nietzsche dat geleerden verantwoordelijk waren voor het doden van God. Machiavelli merkte met humor op dat vrijwel alle geleerden die hij kende bezig waren met ‘het bedenken van werelden die er nooit geweest zijn en er ook nooit zullen zijn’, waarmee hij de academici impliciet beschuldigde van het zich verbergen voor de werkelijkheid in plaats van deze onder ogen te zien. Hun gedachten echoën wat we hebben gezien van de meeste van degenen die zichzelf academici noemen in onze eigen tijd.
Toch hielden beide mannen van hun samenleving en wilden ze die samenleving helpen, met leugenachtige manipulators en al. Ze gingen door de spiegel, erkenden hun eigen natuur en die van anderen, en vervolgens accepteerden ze die natuur en werkten ermee in plaats van ertegen. Ze probeerden radicaal eerlijk te zijn. Zulke radicale eerlijkheid is ook wat nodig is om je te beschermen tegen voortdurende manipulatie: immuniteit wordt geboden door het ontbreken van iets om te manipuleren. Zoals Socrates, een andere rebel, ooit zei: ware kennis begint met zelfkennis.
De uiteindelijke uitdaging om studenten te helpen trouw te zijn aan zichzelf – om zichzelf, anderen en de maatschappij eerlijk maar niet afwijzend te zien – is een Herculestaak die een stimulerende, confronterende, inspirerende en intellectueel openhartige omgeving vereist. Leven in zo’n omgeving kan een mens alleen aan als de omgeving ook emotioneel warm, vergevingsgezind en spiritueel voedend is. De groeipijnen van radicale eerlijkheid hebben de balsem van vreugdevolle vriendelijkheid nodig.
Samengevat ziet de toekomst van het tertiair onderwijs er radicaal anders uit dan wat we nu hebben in de Ivy League en de oude prestigieuze universiteiten van Europa. Bestaande elite-instellingen hebben hun missie en ziel verlaten door groot en bureaucratisch te worden. Ze zijn nu niet meer in staat om hun oude missies te vervullen, laat staan om oplossingen te bieden voor de nieuwe problemen die smartphones, het internet, massale overheidsbureaucratie en onophoudelijke manipulatie met zich mee hebben gebracht.
Om het tertiair onderwijs weer in lijn te brengen met zijn klassieke missie, pleiten we voor een terugkeer naar kleine academiën en het creëren van omgevingen in die academiën die sociaal open, technologisch experimenteel en radicaal eerlijk zijn over mensen en onze samenleving.
