EU-geld en AIVD-connecties achter ‘onafhankelijke’ extreemrechts-expert op NPO
Een oud-officier van de AIVD is in een paar maanden uitgegroeid tot vaste talkshowgast op de Nederlandse publieke omroep. Jelle Postma — directeur van Stichting Justice for Prosperity — wordt aangekondigd als “onderzoeker maatschappelijke manipulatie” en mag uitleggen waarom extreemrechts, ultraconservatieven en populisten de democratie ondermijnen.
Door Marit Nubé; bron NieuwRechts.nl
Wat zijn gastheren niet vertellen: zijn stichting wordt geleid door een netwerk van inlichtingen- en veiligheidsfunctionarissen, gefinancierd door Brusselse beleidsdirectoraten, en richt zich vrijwel uitsluitend op partijen, kerken en bedrijven aan de rechterkant van het politieke spectrum.
Jelle Postma richtte Justice for Prosperity (JfP) op in 2020. De tien jaar daarvoor werkte hij bij de AIVD, naar eigen zeggen op “de meest prominente dossiers op het gebied van binnenlandse en internationale dreigingen”. Hij stapte over naar de NCTV en leidde daar het Travel Information Portal (TIP), een systeem dat reizigers screent op terreur- en zwaar-crimineel risico. Nederland schonk dat systeem in 2018 aan de Verenigde Naties. Postma volgde zijn project naar New York en werd senior diplomaat bij het VN-kantoor voor contraterrorisme. In media en podcasts spreekt hij vrijwel uitsluitend over één onderwerp: de dreiging van ‘extreemrechts’.
Een Raad van Toezicht uit de inlichtingenwereld
Drie van de vier toezichthouders bij JfP, dat in Amsterdam is gevestigd in een SDG House, komen uit de top van westerse veiligheidsdiensten. Wil van Gemert was directeur Nationale Veiligheid bij de AIVD (2004–2012) en daarna adjunct-directeur Operations bij Europol. Andrew Meehan diende onder meerdere Amerikaanse presidenten als topfunctionaris bij het Department of Homeland Security en US Customs and Border Protection. Alison Milburn werkt op dit moment nog steeds bij het Britse Home Office, als Director of Business and People Planning — een actief Brits ambtenaar die parallel toezicht houdt op een “onafhankelijke” Nederlandse onderzoeks-NGO. Vicevoorzitter Florence Olara was woordvoerder van het Bureau van de Aanklager bij het Internationaal Strafhof.
Het geld komt uit Brussel
JfP heeft een ANBI-stempel en financiert zich uit particuliere giften, zakelijke donaties en subsidies. Op de eigen donatiepagina noemt de stichting drie directoraten van de Europese Commissie als geldschieter: DG Home (migratie- en asielbeleid), DG DEVCO (ontwikkelingssamenwerking) en DG NEAR (nabuurschap en uitbreiding). DG Home is daarvan politiek het meest geladen. Het zijn precies die migratiekeuzes waartegen Nederlandse partijen als PVV, FVD, JA21 en BVNL stelling nemen — partijen die JfP vervolgens classificeert als onderdeel van een “anti-democratisch ecosysteem”. Het EU-orgaan dat het beleid maakt, betaalt dus de NGO die de politieke oppositie tegen dat beleid in kaart brengt. Daarnaast financierde het Nederlandse SIDN Fund het AI-monitoringproject WhoDis. Hoeveel geld er jaarlijks binnenkomt en van wie precies, publiceert JfP niet prominent.
Wie staat er op de kaart?
In haar zelfde scriptie zegt JfP zich te richten op “extreemrechts en -links, ultraconservatieven en populisten”. De praktijk is anders. Het meest uitgebreide rapport, WhoDis II uit oktober 2025, presenteert het zogeheten Anti-Rights Diamond Model: een diamant met vier pijlers waarin het Nederlandse “anti-rechten ecosysteem” wordt geplaatst.
Onder politieke partijen: PVV, FVD, JA21, BVNL, Leefbaar Rotterdam, plus SGP en ChristenUnie — twee partijen die al decennialang in het Nederlandse parlement zitten. Onder media: publieke omroep Ongehoord Nederland, Wynia’s Week, De Andere Krant, De Dagelijkse Standaard, De Blauwe Tijger, Eva Vlaardingerbroek en Raisa Blommestijn. Onder religieuze organisaties: Civitas Christiana, Schreeuw om Leven, Bijbels Beraad Man/Vrouw, Family7, het ruim honderd jaar oude Reformatorisch Dagblad en de internationale beweging Tradition, Family and Property. Onder financiers en industrie: Peter Poot (FVD-donor), Steven Schuurman (D66-donor), Rene Moos (VVD-donor), FarmersDefenseForce, LTO — plus multinationals als Shell, Tata Steel en AkzoNobel, die volgens het rapport “onbewust kunnen bijdragen aan het anti-rechten ecosysteem”.
Een rapport dat een D66- en VVD-donor in een “antidemocratisch” landschap plaatst en geen equivalent biedt voor links-progressieve netwerken, hanteert een politiek oordeel — geen neutrale classificatie. Hetzelfde patroon keert terug in het GR26-rapport over de gemeenteraadsverkiezingen en in het Identitair Verzet-rapport van mei 2026, dat vlak vóór een geplande demonstratie in Ter Apel verscheen en breed werd opgepikt door ANP en mainstream media.
Infiltratie en kunstmatige accounts
Postma vat de werkwijze van zijn stichting in interviews zelf samen: “We analyseren publieke bronnen, doen veldonderzoek, infiltreren organisaties wanneer nodig.” In WhoDis II beschrijft JfP bovendien hoe onderzoekers kunstmatige social media-accounts aanmaakten om algoritmen te manipuleren en radicalisatieroutes te traceren — in de inlichtingenwereld heet dat een undercoveroperatie. Op haar mediapagina meldt JfP daarnaast dat bevindingen “niet altijd gepubliceerd worden” en dat de stichting in sommige gevallen “enkel contact opneemt met relevante diensten of instellingen”. Vrij vertaald: een private stichting deelt informatie over politieke actoren met de overheid, zonder rechterlijk bevel of publieke verantwoording.
Een definitie die kiest
JfP’s eigen website definieert democratie als “een systeem dat gebaseerd is op tolerantie, pluralisme en de bescherming van mensenrechten, inclusief de rechten van vrouwen en gemarginaliseerde gemeenschappen”. Direct daarna volgt: “Ons onderzoek richt zich vaak op conservatieve, extreemrechtse en fascistische actoren, omdat hun handelen en retoriek regelmatig raken aan uitdagingen voor deze democratische principes.” Conservatief is in dit kader bij voorbaat verdacht. Dat is een politieke positie, gepresenteerd als analytisch neutrale norm.
De Bellingcat-spiegel
De vergelijking met Bellingcat ligt voor de hand: ook daar zit het hoofdkantoor in Amsterdam, ook daar gaat het om OSINT-onderzoek, ook daar ontbreekt het aan vergelijkbaar onderzoek naar links-progressieve netwerken. Bellingcat krijgt geld van het Amerikaanse fonds NED — door een eigen klokkenluider ooit “het zijspan van de CIA” genoemd — naast Open Society Foundations en 500.000 euro van Western Union in 2022. JfP heeft géén bekende NED-band. Het verschil zit elders: bij Bellingcat zijn voormalige veiligheidsmensen donor of partner; bij JfP zijn ze de oprichter en de toezichthouders.
De vraag die overblijft
Justice for Prosperity is gevestigd in het UN SDG House aan de Mauritskade in Amsterdam — een gedeeld kantoorgebouw dat de stichting een sfeer van VN-legitimiteit verleent. Ze staat in het EU Transparency Register en lobbyt actief bij de instellingen die haar werk financieren en wier beleid haar onderzoek ondersteunt.
Niets daarvan is illegaal. Maar de optelsom — een oud-AIVD’er als oprichter, drie veiligheidsfunctionarissen in het toezicht, EU-subsidies uit directoraten waarvan de tegenstanders worden gemonitord, infiltratie en kunstmatige accounts als methode, en een informatiestroom naar “relevante diensten” — laat zich moeilijk rijmen met het etiket “onafhankelijk onderzoeksplatform” waarmee Postma op de bank van de talkshow wordt aangekondigd.
Wie controleert dit type organisatie? Welke wettelijke waarborgen gelden voor wie zonder rechterlijk bevel wordt geïnfiltreerd? Wie ziet de informatie die níet gepubliceerd wordt, maar wél met de overheid wordt gedeeld? Op die vragen heeft JfP zelf geen openbaar antwoord. En zolang dat zo blijft, is “onafhankelijke democratie-expert” geen feitelijke functieomschrijving — maar een keuze van de talkshowredacties die hem aankondigen.
