Naar de inhoud

Maatschappelijk

De monddood gemaakte burger

Als kritiek gelijkstaat aan extremisme

Er is iets fundamenteels stuk in het Nederlandse maatschappelijke debat. Wie vandaag de dag simpelweg de feiten benoemt – dat er geen inspraak is, dat referenda worden geweigerd en dat de overheid dwang toepast bij de komst van een azc, loopt een levensgroot risico..

Door Gerard Krispijn; bron Facebook

Niet op een inhoudelijk weerwoord, maar op een diskwalificerend etiket. Wie kritisch is op de Spreidingswet of de gang van zaken rondom de asielopvang, wordt met angstaanjagend gemak weggezet als ‘extreemrechts’ of een ‘gevaarlijke extremist’. Het blijft helaas niet alleen bij een algemeen politiek frame. De polarisatie vreet zich keihard door naar het persoonlijke leven. 

Wie zijn stem laat horen, krijgt de volle laag van de moraalridders op sociale media. Ik merk het inmiddels zelf aan den lijve. Ik zie mezelf gewoon als een simpele ziel die op Facebook zijn of haar mening geeft. Niets meer en niets minder. Toch stromen de privéberichten binnen waarin ik rechtstreeks word uitgemaakt voor een gevaarlijke extremist. 

monddood

Het is de digitale variant van de hooivork: wie niet meeloopt in de pas, moet blijkbaar kapotgemaakt en geïntimideerd worden. Dit is een beproefde en uiterst effectieve tactiek om de burger monddood te maken. Door legitieme kritiek op het proces en de macht van de overheid te framen als ‘onveilig’ of ‘radicaal’, hoeven anderen namelijk niet meer naar de argumenten te luisteren. Je maakt de criticus simpelweg moreel onaanvaardbaar.

Laten we wel wezen: kritisch zijn op de manier waarop besluiten tot stand komen, heeft niets te maken met extremisme. Het is de basis van een gezonde democratie. Als een overheid besluiten neemt die diep ingrijpen in de leefomgeving van mensen, zonder dat die mensen daar wezenlijk over mee mogen beslissen, dan is het volkomen normaal dat daar boosheid en verzet over ontstaat. Dat heet geen radicalisering; dat heet burgerzin.

De overheid en de fanatieke voorstanders van het huidige beleid creëren hier een levensgevaarlijke dynamiek mee. Door iedere vorm van protest en kritiek in de extremistische hoek te drukken, sluit je de klep van de snelkookpan hermetisch af.

Mensen die zich voorheen keurig binnen de lijntjes van de wet bewogen, voelen zich niet meer gehoord, niet meer vertegenwoordigd en ronduit gecriminaliseerd om hun mening. Het resultaat is dat het echte gesprek niet meer wordt gevoerd. De angst om voor ‘fout’ te worden versleten of online gelyncht te worden, zorgt ervoor dat de zwijgende meerderheid afhaakt. 

Maar die frustratie verdwijnt niet, die vreet zich naar binnen. Als we in dit land niet meer de ruimte hebben om op een normale, felle, maar fatsoenlijke manier kritiek te leveren op overheidsbeleid zonder voor staatsgevaarlijk te worden uitgemaakt, dan is het niet de burger die radicaliseert.

 Dan is het de overheid zelf die de democratische spelregels uit het oog is verloren.