Naar de inhoud

Maatschappelijk

Crisiswet voor een Stopcontact

De bestuurlijke onkunde van Jan Paternotte 

Nederland heeft een revolutionair bestuursmodel ontwikkeld: eerst een probleem veroorzaken, daarna een spoedwet eisen om het op te lossen, en tenslotte jezelf feliciteren met leiderschap.

Door Max von Kreyfelt; bron Facebook

Deze week in de hoofdrol: Jan Paternotte, enthousiast pleitbezorger van een crisiswet om de energietransitie te versnellen. Een dappere zet van iemand die ontdekt heeft dat elektriciteit niet vanzelf uit beleidsnota’s stroomt.

Jarenlang werd het publiek verteld dat alles elektrisch moest. Rijden? Elektrisch. Koken? Elektrisch. Verwarmen? Elektrisch. Denken? Bij voorkeur ook elektrisch. Wie nog een benzineauto had, gold ongeveer als een kolencentrale op wielen.

Paternotte

Subsidies werden uitgedeeld alsof de schatkist werd beheerd door een labrador met een pinpas. Koop een warmtepomp. Koop een laadpaal. Koop een batterij. Koop vooral wat de overheid gisteren verplicht wilde maken en morgen onbetaalbaar noemt.

Alleen één element ontbrak in deze futuristische opera: stroom.

Het net zat vol. De kabels kreunden. Ondernemers kwamen op wachtlijsten terecht die langer zijn dan sommige monarchieën. Gezinnen kregen te horen dat uitbreiding mogelijk is zodra hun kinderen met pensioen zijn.

Maar geen zorg. Daar komt de crisiswet, de universele deodorant van de bestuurlijke klasse. Spuit royaal over jaren wanbeleid en de geur van incompetentie verandert spontaan in “daadkracht”.

Bezwaren? Obstructie.  Inspraak? Vertraging.  Zorgvuldigheid? Luxeproduct.  Rechtsbescherming? Iets voor rustige tijden.  Burgers? Stakeholders met emoties.

En dan de retorische parel: het algemeen belang moet zwaarder wegen dan “iets in je eigen buurt”.

Inderdaad. Waarom zouden mensen hechten aan hun woning, straat, gezondheid, uitzicht of leefomgeving? Hoe kleinzielig. Het landsbelang vereist nu eenmaal dat offers worden gebracht, bij voorkeur door anderen.

Opvallend genoeg is nog nooit een bewindspersoon spontaan ontwaakt onder een hoogspanningsmast uit solidariteit met de transitie.

Ondertussen kondigt men nieuwe steden aan. Zonder stroom, zonder aansluitingen, zonder uitvoeringsplan. Geen steden dus, maar bestuurlijke cosplay. SimCity gespeeld door mensen die al verdwalen in een meterkast.

“Maar Utrecht dan?” vraagt iemand met een hinderlijke voorkeur voor concrete vragen.

Nee hoor, men kijkt ook naar de Flevopolder, de Eemvallei en een stad in het Markermeer. Uiteraard. Als je kraan droog staat, krijg je in Den Haag een brochure over water op Mars.

Dat is de kern van het moderne bestuur: falen hernoemen tot visie, tekorten verkopen als transitie en elke puinhoop presenteren als historische noodzaak.

Misschien hebben we inderdaad een crisiswet nodig.

Eentje die verbiedt dat dezelfde mensen eerst het stopcontact slopen en daarna een lintje doorknippen voor de verlengkabel.

Tot die tijd blijft Nederland een gidsland.

Een gidsland zonder gids,  zonder stekker,  maar met een communicatieplan.