Naar de inhoud

Juridisch

Rechtszaak OCABR-rapporten nog steeds op de plank bij rechtbank Rotterdam

Onlangs heeft de ombudsman van Canada het ministerie van Gezondheid de opdracht gegeven om achtergehouden informatie betreffende de analyserapporten van de mRNA-injecties van Pfizer vrij te geven. In alle partijen in Canada bleek SV40 aanwezig te zijn.

Door Willem Engel; bron X

Ook in NL hebben we het probleem van DNA-vervuiling in de mRNA-injecties.

De OCABR-rapporten worden achtergehouden. Wij hebben met ons eigen team in 2021 de Pfizer/Biontech-injectie al geanalyseerd. Met hulp van Kevin McKernan hebben we vanuit de sequencing data kunnen vaststellen dat ook de injecties die in NL werden gebruikt veel meer residueel DNA bevatten met sequenties zoals het SV40 promoter region die er niet in mogen zitten.

Deze sequenties zijn overblijfsels vanuit de biotechnologische productiemethode. Vlak voor de toekenning van de voorwaardelijke vergunning door het EMA waren er nog drie “major objections” opgeworpen door de EMA-wetenschappers. Zij werden echter overruled. Eén van deze major objections was de grote variaties in intact mRNA. Dit werd opgelost door de grens te verlagen naar 50%.

De andere 50% was dus niet-coderend mRNA. Dat zou geen probleem mogen zijn, ware het niet dat er dus ook andere eiwitten kunnen worden geproduceerd door het lichaam waarin het ingespoten wordt. Temeer als je bedenkt dat de DNA-fragmenten coderen voor functionele delen (functioneel in de genetisch gemodificeerde E.coli-bacterie die werd gebruikt voor de synthese van het mRNA).

De Staat wil de OCABR-rapporten niet vrijgeven vanwege een absolute weigeringsgrond: er spelen commerciële belangen. Laat dat even doordringen. De OCABR-rapporten worden gemaakt door de fabrikant zelf, maar zijn eigendom van de Staat, in Nederland van het RIVM, om te kunnen controleren wat er per batch in zit.

Uit andere Woo-verzoeken gedaan in België en de VS zijn deze rapporten wel vrijgegeven. Daaruit kunnen we opmaken dat de regels kennelijk anders worden geïnterpreteerd in deze landen.

In Nederland zijn AstraZeneca en Janssen actief geweest in onderzoek en productie. Toch wordt er beweerd dat er maar één set rapporten is, dat lijkt ons sterk. Wat daar ook van zij, hoe kan een commercieel belang opwegen tegen het belang van de volksgezondheid?

Tijdens C19 werden veel grondrechten beperkt of zelfs buiten werking gesteld omwille van de volksgezondheid. Toen was de afweging dus duidelijk: alles moest wijken voor de volksgezondheid. Cynisch gezegd geeft de Staat meer om de belangen van bedrijven dan van burgers.

Dit verzoek loopt vanaf 2024. Eerst is het afgewezen, daartegen zijn we in bezwaar(ministerie) gegaan. Ook dat werd afgewezen. Daarna zijn we in beroep gegaan (rechtbank). De rechtbank Den Haag verklaarde ons niet ontvankelijk omdat er geen beroepsgronden zouden zijn aangeleverd. Dit was echter niet geval, deze zijn namelijk binnen de tijd aangeleverd. Daarop zijn we in verzet gegaan en dat slaagde.

De rechtbank Den Haag erkende de eigen fout en stuurde de zaak door naar rechtbank Rotterdam. Dit gebeurde pas in oktober 2025, een half jaar na de fout.

Rechtbank Rotterdam weigert de zaak te behandelen. Op 1 mei 2026 was de laatste communicatie. Inmiddels hebben we een klacht ingediend tegen de rechtbank.

Schrijnend dekt de lading niet.

De rechtspraak die liever zelf een strafbaar feit pleegt (artikel 13 Wet algemene bepalingen):  https://wetten.overheid.nl/BWBR0001833/2012-01-01

“De regter die weigert regt te spreken, onder voorwendsel van het stilzwijgen, de duisterheid of de onvolledigheid der wet, kan uit hoofde van regtsweigering vervolgd worden.”

Vind je dat de rechtbank Rotterdam een strafbaar feit pleegt? Dan kan je aangifte hiertegen doen bij de politie. Ook is de communicatie tussen rechtbanken en andere instanties Woo-baar. Ik hoop dat de lezers van dit bericht de handschoen opnemen en om tekst en uitleg vragen bij de rechtbank.

 

 

OCABR WE 1

pagina 1

OCABR WE 2

pagina 2

OCABR WE 3

pagina 3

OCABR WE 4

Update

Kort voor publicatie van dit artikel op onze website ontvingen we bericht dat deze rechtszaak op 8 december 2026 zal worden behandeld. De wederpartij (VWS) kon niet eerder…….