Worst Bank Scenario over renteswaps
Roof-verdienmodel voor banken ten koste van het MKB
Samenvattend artikel over het eerste deel van het boek ‘Worst Bank Scenario’, van Hester Bais en Wink Sabée, handelend over renteswaps.
Door Dolf van Wijk
Samenvatting
Renteswaps zijn complexe financiële producten voor bedrijven waarbij de getaxeerde vastgoed- en/of bedrijfswaarde (afhankelijk van de lening) als onderpand dient. Bij MKB bedrijven kunnen banken die waarde na het afsluiten van het contract gemakkelijk lager (laten) taxeren, bijvoorbeeld doordat milieumaatregelen bedrijfsrisico’s met zich meebrengen of grote investeringen vergen. Vervolgens hebben banken dan veel macht om extra compensatie te eisen. Dit kan het bedrijfsrisico weer vergroten en zo’n neerwaartse spiraal kan uiteindelijk tot bedrijfssluiting leiden, of in het geval van boeren tot onteigening van de grond. Ook leiden renteswaps niet tot het uitsluiten van renterisico’s. Zelfs als de marktrente daalt kan de bank de rente (sterk) verhogen bij deze financieringsconstructie.
Lucratief bankmodel
Renteswaps zijn complexe financiële producten waarmee het mogelijk is om renteafspraken en -betalingen los te verhandelen zonder onderliggende lening met hoofdsom. Deze worden vanaf de jaren ’80 gesloten door banken, verzekeraars en pensioenfondsen als onderdeel van een nieuw, lucratief bankmodel, waarin het Financieel Toetsingskader (2007) met de variabele rekenrente voor pensioenfondsen een belangrijke aanjager is geweest.
Na de kredietcrisis (2008) werden deze complexe producten ook aan MKB-bedrijven en semi-overheidsinstellingen verstrekt, echter in combinatie met een bedrijfslening (doorgaans vanaf EUR 1 miljoen), vaak in goed vertrouwen zonder dat de constructie en de consequenties goed begrepen werden. De financieringsconstructie werd aangeboden door banken als alternatief voor een rentevaste lening.
De rente bleek echter niet vast en de renteswap heeft – in tegenstelling tot een lening – een marktwaarde waardoor de koers daalt in het geval de rente daalt. Toen de rente na aanvang van de kredietcrisis door ingrijpen van de ECB sterk daalde, kregen renteswaps van MKB-bedrijven en (semi-)publieke instellingen een negatieve waarde waardoor zij niet alleen onderpand moesten verstrekken voor de lening maar ook voor de renteswap. Ook bij een renteswap vormt het bedrijf (en/of vastgoed) het onderpand en de waarde van het onderpand bepaalt de rente. Dat suggereert dat er een vaste rente tegenover staat, wat voor grote bedrijven meestal wel klopt. Maar de praktijk voor het MKB is vaak anders.
Schuld-marktwaardeverhouding als strop
Banken schatten vóór het afsluiten van de lening de waarde vaak relatief hoog in. Dat klinkt aantrekkelijk voor het bedrijf, maar zo gauw de lening is afgesloten is feitelijk de reële waarde al lager dan die waarop de renteswap is gebaseerd. Zo gauw er een nieuwe taxatie van de waarde van het bedrijf en/of vastgoed gedaan wordt en de schuld-marktwaardeverhouding is verslechterd, kan de bank het bedrijf verplichten het ‘verwachte tekort’ aan te vullen, de rente verhogen of andere maatregelen eisen, zoals bijvoorbeeld het inhuren van een (dure) financieel adviseur.
Banken blijken bovendien tijdens de looptijd van de financiering en/of renteswap de spelregels te veranderen. Bleek bij aanvang van de lening een schuld-marktwaarde van bijvoorbeeld 70% toereikend, dan werd na aanvang van de crisis die schuld-marktwaardeverhouding verlaagd naar 60% (of lager). De klant moest dus extra zekerheden verschaffen, terwijl door de crisis de zekerheden zelf ook in waarde daalden.
Boeren en vissers vaak slachtoffer
Banken hebben hierin veel macht en door de jaren heen hebben ze zich steeds verdergaande contractuele macht toegeëigend. Ze kunnen bedrijven bijvoorbeeld verplichten een taxatie te doen, veelal door hen bekende taxateurs. Dit machtsspel van de banken werkt synchroon met bijvoorbeeld het overheidsbeleid om boeren en vissers de bedrijfsvoering te belemmeren of onmogelijk te maken en boeren te onteigenen.
Het stikstof- of klimaatbeleid of andere maatregelen leiden vaak tot verplichte investeringen voor de bedrijven, waarop de bank kan vaststellen dat door dit toegenomen risico het bedrijf minder waard is. Vervolgens kunnen ze – als gezegd – eisen stellen aan het bedrijf, bijvoorbeeld om vervroegd af te lossen, hogere rente vragen, etc. Ook dit kan weer negatief uitwerken op de rentabiliteit en daarmee op de waarde van het bedrijf. Zodoende kan het bedrijf dan in een negatieve spiraal terechtkomen die uiteindelijk tot sluiting en/of verkoop van het bedrijf of bij boeren tot onteigening van de grond kan leiden.
Op deze wijze proberen banken over de rug van het midden- en kleinbedrijf hun ongedekte schulden uit de kredietcrisis te compenseren. Dit gaat vooral ten koste van het MKB, terwijl grote bedrijven hier relatief weinig last van hebben. Gezien het grote belang van het MKB voor de Nederlandse economie is deze ontwikkeling ook zeer nadelig voor de Nederlandse burger en belastingbetaler.U kunt het boek Worst Bank Scenario hier bestellen.
Met dank aan Hester Bais voor correcties en waardevolle aanvullingen.
