Naar de inhoud

Informeren

Wie de taal bepaalt, bestuurt het geweten

Bijgewerkt: 10 augustus 2026
Taal 1

Taal was nooit neutraal. Woorden beschrijven niet alleen de werkelijkheid, ze sturen ook hoe wij die werkelijkheid begrijpen. Machthebbers hebben taal daarom altijd gebruikt om te disciplineren. Maar waar taal vroeger vooral een politiek instrument was, is beïnvloeding van de publieke opinie inmiddels uitgegroeid tot een wetenschap. Wie een ideologie wil verspreiden, begint niet met argumenten, maar met woorden. En wie kritiek wil ontmoedigen, verandert eerst de betekenis van die woorden.

Door Gert Reedijk; bron gertreedijk.substack.com

Een bekend voorbeeld is het woord discriminatie. Ooit betekende dat eenvoudigweg: onderscheid maken. Kan ons netvlies op grote afstand onderscheid maken tussen een vuurtoren en een schoorsteen? Is die hond vriendelijk of gevaarlijk? Komt daar een gewone fiets aan of een elektrische fiets? Kun je nog oversteken of niet? Zonder onderscheidingsvermogen zouden we niet kunnen overleven.

Taal 1

Gaandeweg kreeg het woord een andere lading. Discriminatie ging steeds vaker over het ongelijk behandelen van mensen op grond van afkomst, huidskleur of andere kenmerken. Dat is terecht verboden, want iedereen is voor de wet gelijk. Maar daarmee versmalde de betekenis van het woord: van het algemene vermogen om onderscheid te maken naar één specifieke vorm van ongerechtvaardigd onderscheid tussen mensen.

Nog recenter is opnieuw een betekenisverschuiving ontstaan. In het maatschappelijke debat wordt discriminatie nu vrijwel automatisch verbonden met blanke daders en gekleurde slachtoffers. Andere vormen van discriminatie krijgen veel minder aandacht of worden anders benoemd. Zo wordt een oorspronkelijk neutraal begrip steeds sterker verbonden met een specifieke morele en politieke interpretatie.

Hetzelfde zien we bij het woord duurzaam. Duurzaam bouwen betekende ooit een schuurtje maken van degelijk hardhout in plaats van goedkoop spaanplaat. En duurzaam leven betekende zuinig omgaan met spullen: een lekke fietsband plakken, kleding herstellen, oud brood roosteren of aan de kippen voeren. Het was een levenshouding van soberheid, hergebruik en eerbied voor schaarse grondstoffen. In één woord: rentmeesterschap.

Tegenwoordig heeft duurzaam in het publieke debat vooral betrekking op de energietransitie. Een warmtepomp is duurzaam. Zonnepanelen zijn duurzaam. Een thuisbatterij is duurzaam. Dat zijn vaak kostbare investeringen die door de overheid worden gestimuleerd en waar een omvangrijke industrie omheen is ontstaan. Daarmee is het begrip verschoven van een levensstijl van zuinigheid naar een economisch en technologisch programma.

Of die nieuwe invulling altijd duurzamer is dan de oude, valt bovendien te betwijfelen. Windturbines, zonnepanelen en batterijen hebben een beperkte levensduur, vragen om grondstoffen en leveren uiteindelijk afvalstromen op. Dat betekent dat de oorspronkelijke betekenis van duurzaam — lang meegaan, weinig verspillen en zorgvuldig omgaan met bezit — steeds verder naar de achtergrond is verdwenen.

En zo zijn er meer voorbeelden. Veiligheid betekent in het overheidsdiscours steeds vaker niet alleen bescherming tegen fysiek gevaar, maar ook bescherming tegen woorden of ideeën die als kwetsend worden ervaren. Inclusie verschuift geregeld van ruimte bieden aan verschillen naar het bevorderen van een gewenste manier van spreken en denken. De woorden blijven dezelfde, maar hun morele lading verandert.

Daarmee verandert ook de maatschappelijke dynamiek. Wie de nieuwe terminologie gebruikt, toont dat hij de geldende moraal begrijpt. Wie vasthoudt aan oudere betekenissen, loopt het risico te worden weggezet als achterhaald of zelfs verdacht. Woorden houden dan op de werkelijkheid te beschrijven; ze gaan voorschrijven hoe die werkelijkheid moet worden gezien.

Die ontwikkeling beperkt zich niet tot het dagelijkse gesprek. Zij sijpelt door naar beleidsnota’s, onderwijs, journalistiek en uiteindelijk naar wetgeving. Vervolgens nemen bedrijven die taal over, omdat zij aan die regels moeten voldoen of reputatieschade willen voorkomen. Via reclamecampagnes en bedrijfscommunicatie keren dezelfde begrippen terug in ons dagelijks leven, totdat zij vanzelfsprekend lijken.

Wie de betekenis van woorden verandert, verandert uiteindelijk ook het morele kompas waarmee mensen de wereld beoordelen.

Ooit liepen de Cultuur Marxisten een lange mars door de instituties.

Inmiddels beleven we een volgende fase: een lange mars door onze cognities.