Het einde van het petrodollar-imperium
(Deze column verscheen in De Andere Krant van 16 mei)
In juli 1944 sloten 44 geallieerde landen het Bretton Woods-akkoord, een internationaal monetair stelsel. Het idee was dat de Amerikaanse dollar de standaard zou worden voor de wereldhandel. Om het benodigde vertrouwen te garanderen, werd de dollar gekoppeld aan goud tegen een vaste koers van $35 per ounce. Iedereen kon op ieder moment zijn dollars omwisselen voor goud, en dat bracht stabiliteit.
Door Pieter Stuurman; bron Facebook
Het werkte een tijdje goed, maar het systeem bood geen ruimte voor inflatie. Mede als gevolg van de enorme kosten van de Vietnamoorlog daalde de internationale handelswaarde van de dollar. Buitenlandse regeringen verkochten daarom massaal hun dollars voor veiliger goud, waardoor de Amerikaanse goudreserves snel slonken. In 1971 stak Nixon daar een stokje voor door de inwisselbaarheid van dollars in goud te beëindigen. Voor de rest van de wereld verdween daarmee de aantrekkelijkheid van de dollar als veilige haven.
In 1973 werd een sluw plan uitgedacht door Henry Kissinger en consorten. Voortaan zou olie wereldwijd verhandeld worden in dollars. Daarvoor was het nodig om de olierijke golfstaten mee te krijgen, en dus beloofde Kissinger ze dat de prijs die ze voor hun ruwe olie kregen veel hoger zou worden dan voordien. De beste manier daarvoor was een oliecrisis en de beste manier om een oliecrisis te hebben is (net als nu) oorlog.
In 1973 kwam de Jom Kippoer-oorlog tussen Israël en Egypte als een ‘geschenk’ uit de hemel. De westerse landen kozen partij voor Israël en de golfstaten voor Egypte, en dat kwam het Westen op een olieboycot te staan, waaraan we onze beroemde autoloze zondagen te danken hadden, en waardoor de prijs van een vat olie verviervoudigde, iets dat naderhand nooit gecorrigeerd is. De oliestaten kregen wat ze beloofd was, en zo was de petrodollar geboren. Tijdens deze oorlog, die 20 dagen duurde, lieten tussen 10.000 en 15.000 mensen het leven, maar zoiets pietluttigs had nooit een goede zakendeal in de weg gestaan.
Alle geïndustrialiseerde landen moesten nu hun Marken, Ponden en Yens inwisselen voor dollars, die de VS op bestelling bijdrukten, want ze waren immers gedekt door olie. Vervolgens konden de Verenigde Staten met die valuta bijna gratis hun BMW ’s, Mercedessen, Jaguars en Toyota ’s importeren. Zelf produceren werd vrijwel overbodig.
Tegelijkertijd stroomden enorme hoeveelheden dollars naar de golfstaten. De daar heersende koninklijke families werden schathemelrijk. Na de aanschaf van hun honderdste Rolls Royce, verdreven ze hun tijd met het in elkaar rijden van Ferrari’s en Lamborghini’s op speciaal daarvoor aangelegde koninklijke snelwegen, en toen de verveling alsnog toesloeg in hun witmarmeren paleizen, vonden ze verstrooiing in offshore powerboat-racing. Dat is een dure (een boot kost al vlug miljoenen), en ook een gevaarlijke liefhebberij. Zo af en toe kwam er een prins om het leven, wat dan weer bijdroeg aan de heldenstatus van de koninklijke dynastieën, die zich nog niet zo heel lang daarvoor op kamelen voortbewogen. De dollaroverschotten bleven desondanks gestaag groeien.
Ook daarvoor bood Kissinger de oplossing. De olie-exporterende landen konden die dollars uitlenen aan de VS en kregen er veilige obligaties met gegarandeerd rendement voor in ruil. Zo kwamen de vers geprinte dollars via een omweggetje weer terug in de VS, bovenop de buitenlandse valuta die ze ervoor in ruil gekregen hadden. Dat goedkope krediet werd gebruikt voor het financieren van de staatsschuld, die dan ook ongelimiteerd groeide. Het geld werd vervolgens geïnvesteerd in de uitbreiding van de Amerikaanse military, met instemming van de golfstaten omdat de VS beloofden hun landen daarmee te beschermen. Iedereen blij.
Dat veranderde nadat Rusland Oekraïne binnenviel, en de VS vervolgens Rusland uitsloten van het internationale betalingsverkeer. De rest van de wereld besefte ineens dat de petrodollar geen neutraal systeem was, maar dat het kon worden ingezet als geopolitiek wapen, hetgeen het vertrouwen deed instorten. Zowel olieproducerende landen zoals Iran en grote industriële afnemers als China, zochten naar alternatieve valuta om hun handel te drijven, waardoor de Amerikaanse kip met gouden eieren plotsklaps gevaar liep.
Dat was natuurlijk verontrustend voor de VS, en daarom besloot het terug te vallen op zijn bijna gratis bij elkaar geleende leger, en de derde wereldoorlog te beginnen. Daarmee kan het petrodollar-imperium echter niet worden gered, en samen met die oorlog zal dat de verhoudingen in de wereld voorgoed veranderen.
