Naar de inhoud

Buitenland

Dringende oproep van prof. Jeffrey Sachs aan bondskanselier Merz

De Amerikaanse prof. economie Jeffrey Sachs schreef een open brief aan de Duitse bondskanselier:
“Leer geschiedenis, meneer de bondskanselier!” 

Sachs wijst Friedrich Merz wegen aan waarlangs diplomatie de oorlog in Oekraïne zou kunnen beëindigen. 

Hier vindt u de — uit het Duits vertaalde — brief integraal. Voor wat hij waard is.

Door Luc De Wandel; bron Facebook

Jeffrey D. Sachs

17.12.2025:

Open brief aan bondskanselier Friedrich Merz

Veiligheid is ondeelbaar – en geschiedenis telt

jeffrey sachs

Geachte heer bondskanselier Merz,

U hebt herhaaldelijk gesproken over de verantwoordelijkheid van Duitsland voor de Europese veiligheid. Die verantwoordelijkheid kan niet worden ingevuld met slogans, selectief geheugen of de normalisering van oorlogstaal. Veiligheidsgaranties zijn geen eenrichtingsverkeer. Zij werken in beide richtingen. Dat is geen Russisch en geen Amerikaans standpunt; het is een fundamenteel beginsel van de Europese veiligheidsorde, expliciet vastgelegd in de Slotakte van Helsinki, het OVSE-kader en decennia van diplomatie na de Tweede Wereldoorlog.

Duitsland is verplicht dit moment met historische ernst en eerlijkheid tegemoet te treden. In dat opzicht blijft uw recente retoriek gevaarlijk onder de verwachtingen.

Sinds 1990 zijn de centrale veiligheidszorgen van Rusland herhaaldelijk genegeerd, afgezwakt of rechtstreeks geschonden — vaak met actieve medewerking of stilzwijgende instemming van Duitsland. Deze geschiedenis kan niet worden uitgewist als men de oorlog in Oekraïne wil beëindigen, en ze kan evenmin worden genegeerd als Europa een permanente toestand van confrontatie wil vermijden.

Aan het einde van de Koude Oorlog heeft Duitsland de Sovjet- en later de Russische leiding herhaald en ondubbelzinnig verzekerd dat de NAVO zich niet oostwaarts zou uitbreiden. Deze toezeggingen werden gedaan in het kader van de Duitse hereniging. Duitsland heeft daar enorm van geprofiteerd. De snelle hereniging van Duitsland — binnen de NAVO — zou zonder de op deze beloften gebaseerde Sovjet-instemming onmogelijk zijn geweest. Achteraf doen alsof deze toezeggingen betekenisloos waren of slechts terloops werden geuit, is geen realisme maar geschiedvervalsing.

In 1999 nam Duitsland deel aan de NAVO-bombardementen op Servië, de eerste grote oorlog die de NAVO voerde zonder mandaat van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Dit was geen defensieve actie, maar een richtinggevende interventie die de veiligheidsorde na de Koude Oorlog fundamenteel veranderde. Voor Rusland was Servië geen abstract dossier. De boodschap was duidelijk: de NAVO was bereid geweld te gebruiken buiten haar grondgebied, zonder VN-mandaat en zonder rekening te houden met Russische bezwaren.

In 2002 stapten de Verenigde Staten eenzijdig uit het ABM-verdrag, een hoeksteen van de strategische stabiliteit gedurende meer dan dertig jaar. Duitsland maakte daar geen ernstig bezwaar tegen. De uitholling van de wapenbeheersingsarchitectuur vond echter niet plaats in een vacuüm. Raketschildsystemen die dichter bij de Russische grenzen werden gestationeerd, werden door Rusland terecht als destabiliserend ervaren. Die percepties afdoen als paranoia was politieke propaganda, geen verstandige diplomatie.

In 2008 erkende Duitsland de onafhankelijkheid van Kosovo, ondanks uitdrukkelijke waarschuwingen dat dit het beginsel van territoriale integriteit zou ondermijnen en een precedent zou scheppen met verstrekkende gevolgen. Opnieuw werden Russische bezwaren als kwaadaardig afgedaan, terwijl de fundamentele zorgen niet ernstig werden genomen.

De voortdurende druk om de NAVO uit te breiden met Oekraïne en Georgië — formeel vastgelegd op de NAVO-top in Boekarest in 2008 — overschreed de duidelijkste rode lijnen, ondanks jarenlange, luide, consequente en herhaalde bezwaren van Moskou. Wanneer een grootmacht een kernbelang inzake veiligheid benoemt en dat decennialang herhaalt, is het negeren daarvan geen diplomatie maar bewuste escalatie.

De rol van Duitsland in Oekraïne sinds 2014 is bijzonder zorgwekkend. Berlijn bemiddelde samen met Parijs en Warschau het akkoord van 21 februari 2014 tussen president Janoekovytsj en de oppositie — een akkoord dat het geweld moest stoppen en de constitutionele orde moest vrijwaren. Binnen enkele uren stortte dit akkoord in. Er volgde een gewelddadige machtswissel. Een nieuwe regering kwam op ongrondwettelijke wijze tot stand. Duitsland erkende dit nieuwe regime onmiddellijk en steunde het. Het door Duitsland gegarandeerde akkoord werd zonder gevolg terzijde geschoven.

Het Minsk II-akkoord van 2015 moest een correctie vormen — een onderhandeld kader om de oorlog in Oost-Oekraïne te beëindigen. Duitsland trad opnieuw op als garant. Maar zeven jaar lang werd Minsk II door Oekraïne niet uitgevoerd. Kiev wees de politieke bepalingen openlijk af. Duitsland dwong de naleving niet af. Voormalige Duitse en andere Europese regeringsleiders hebben intussen erkend dat Minsk minder als vredesplan werd gezien dan als defensieve maatregel. Alleen al die bekentenis vereist een ernstige herbezinning.

Tegen deze achtergrond klinken oproepen tot steeds meer wapens, steeds scherpere retoriek en steeds grotere “vastberadenheid” hol. U vraagt Europa de recente geschiedenis te vergeten om een toekomst van permanente confrontatie te rechtvaardigen.

Genoeg propaganda. Genoeg morele infantilisering van het publiek. Europeanen zijn perfect in staat te begrijpen dat veiligheidsdilemma’s reëel zijn, dat NAVO-acties gevolgen hebben en dat vrede niet wordt bereikt door te doen alsof Russische veiligheidszorgen niet bestaan.

De Europese veiligheid is ondeelbaar. Dat principe betekent dat geen enkel land zijn veiligheid kan versterken ten koste van een ander zonder instabiliteit uit te lokken. Het betekent ook dat diplomatie geen toegeeflijkheid is en historische eerlijkheid geen verraad.

Duitsland heeft dit ooit begrepen. De Ostpolitik was geen zwakte, maar strategische volwassenheid. Men begreep dat de stabiliteit van Europa afhing van dialoog, wapenbeheersing, economische relaties en respect voor de legitieme veiligheidsbelangen van Rusland.

Vandaag heeft Duitsland die volwassenheid opnieuw nodig. Het mag niet langer spreken alsof oorlog onvermijdelijk of zelfs deugdzaam is. Strategisch denken mag niet worden gereduceerd tot bondgenootschappelijke slogans. Het moet eindelijk werk maken van echte diplomatie — niet als PR-oefening, maar als ernstige poging om een Europese veiligheidsarchitectuur te herstellen die Rusland insluit in plaats van uitsluit.

Een hernieuwde Europese veiligheidsarchitectuur moet beginnen met duidelijkheid en terughoudendheid. In de eerste plaats vergt zij een ondubbelzinnig einde aan de NAVO-uitbreiding naar het oosten — met Oekraïne, Georgië en elke andere staat langs de Russische grenzen.

De NAVO-uitbreiding was geen onvermijdelijk gevolg van de naoorlogse orde; zij was een politieke keuze, genomen in strijd met plechtige toezeggingen uit 1990 en doorgezet ondanks herhaalde waarschuwingen voor de destabilisering van Europa.

Veiligheid in Oekraïne wordt niet bereikt door de stationering van Duitse, Franse of andere Europese troepen, aangezien dat de verdeeldheid alleen maar verdiept en de oorlog verlengt. Stabiliteit wordt bereikt door neutraliteit, ondersteund door geloofwaardige internationale garanties. De geschiedenis is duidelijk: noch de Sovjet-Unie, noch de Russische Federatie heeft in de naoorlogse orde de soevereiniteit van neutrale staten geschonden — noch Finland, noch Oostenrijk, noch Zweden, noch Zwitserland, noch andere. Neutraliteit werkte omdat zij rekening hield met de legitieme veiligheidszorgen van alle partijen. Er is geen steekhoudende reden om aan te nemen dat zij vandaag niet opnieuw zou kunnen werken.

Ten tweede vergt stabiliteit demilitarisering en wederkerigheid. Russische strijdkrachten moeten wegblijven van de NAVO-grenzen, en NAVO-strijdkrachten — inclusief raketsystemen — moeten wegblijven van de Russische grenzen. Veiligheid is ondeelbaar, niet eenzijdig. Grensregio’s moeten via verifieerbare akkoorden worden gedemilitariseerd en niet overladen met steeds meer wapens.

Sancties moeten worden opgeheven in het kader van een onderhandelde oplossing; zij hebben geen vrede gebracht en de Europese economie zware schade berokkend.

Vooral Duitsland zou zich moeten verzetten tegen de lichtvaardige inbeslagname van Russische staatsvermogens — een flagrante schending van het internationaal recht die het vertrouwen in het mondiale financiële systeem ondermijnt. Het herstel van de Duitse industrie via rechtmatige, contractuele handel met Rusland is geen capitulatie maar economisch realisme. Europa mag zijn eigen productiebasis niet vernietigen in naam van morele retoriek.

Ten slotte moet Europa terugkeren naar de institutionele fundamenten van zijn eigen veiligheid. De OVSE — niet de NAVO — zou opnieuw het centrale forum moeten worden voor Europese veiligheid, vertrouwenwekkende maatregelen en wapenbeheersing. Strategische autonomie voor Europa betekent precies dit: een Europese veiligheidsorde die wordt gevormd door Europese belangen, niet door permanente onderwerping aan het denken in termen van NAVO-expansie.

Frankrijk zou zijn nucleaire afschrikking kunnen uitbreiden tot een Europese veiligheidsschild, maar uitsluitend in een strikt defensieve houding, zonder vooruitgeschoven systemen die Rusland bedreigen.

Europa zou dringend moeten aandringen op een terugkeer naar het INF-kader en op uitgebreide strategische onderhandelingen over nucleaire wapenbeheersing, met deelname van de Verenigde Staten en Rusland — en later ook China. Ook de analogie tussen Kosovo en Oekraïne moet eerlijk worden erkend: grenzen zijn in Europa al eerder met westerse steun verschoven. Grenzen worden verschoven. Het streven naar vrede moet onaantastbaar zijn.

En bovenal: leer geschiedenis, meneer de bondskanselier — en wees daarbij eerlijk. Zonder eerlijkheid is er geen vertrouwen. Zonder vertrouwen is er geen veiligheid. En zonder diplomatie riskeert Europa de catastrofes te herhalen waarvan het beweert te hebben geleerd.

De geschiedenis zal oordelen wat Duitsland zich herinnert — en wat het vergeet. Laat Duitsland ditmaal kiezen voor diplomatie en vrede, en zijn woord houden.

Met vriendelijke groet,

Jeffrey D. Sachs

Universiteitsprofessor
Universiteit Columbia

Bekijk dit interview met prof. Jeffrey Sachs over zijn open brief aan bondskanselier Merz.