Naar de inhoud

Buitenland

De Epstein-files en de Grenzen van de Complottheorie

Bijgewerkt: 15 maart 2026

Ik schrijf dezer dagen ijverig aan een boek over propaganda. Intussen houd ik één oog gericht op het nieuws rond de Epstein-files. Dat nieuws verschijnt in de marge van het boek dat ik schrijf; het probeert zich vanuit die marge in de tekst te wringen, als een Reëel object dat in woorden erkenning en rust zoekt.

De voorbije week dwaalde ik door het werk van Walter Lippmann, in het bijzonder door Public Opinion, gepubliceerd in 1922. Lippmann won tweemaal de Pulitzerprijs en wordt door velen beschouwd als de meest invloedrijke journalist van de twintigste eeuw. Het is tekenend voor onze cultuur dat deze gevierde journalist tegelijk ook propagandist was. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werkte hij onder meer voor de propagandacampagne van George Creel, belast met het mobiliseren van de Amerikaanse publieke opinie voor de oorlog.

epstein

Ik presenteer hier één specifieke passage uit Lippmanns werk, een passage die opvallend resoneert met de realiteit die de Epstein-files vandaag voor onze ogen laten verschijnen:

‘The powerful, socially superior, successful, rich, urban social set is fundamentally international throughout the western hemisphere, and in many ways London is its center. It counts among its membership the most influential people in the world, containing as it does the diplomatic set, high finance, the upper circles of the army and the navy, some princes of the church, a few great newspaper proprietors, their wives and mothers and daughters who wield the scepter of invitation. It is at once a great circle of talk and a real social set. But its importance comes from the fact that here at last the distinction between public and private affairs practically disappears. The private affairs of this set are public matters, and public matters are its private, often its family affairs. The confinements of Margot Asquith like the confinements of royalty are, as the philosophers say, in much the same universe of discourse as a tariff bill or a parliamentary debate.’ (Lippmann, Public Opinion, p.29)

Vertaling van bovenstaande – red.:
‘De machtige, sociaal superieure, succesvolle, rijke, stedelijke kring is in het hele westelijk halfrond in wezen internationaal, en in veel opzichten vormt Londen het centrum ervan. Tot de leden behoren de meest invloedrijke mensen ter wereld, waaronder de diplomatieke kringen, de hoge financiële wereld, de hoogste kringen van het leger en de marine, enkele kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders, een paar grote krantenmagnaten, en hun echtgenotes, moeders en dochters die de scepter van de uitnodiging hanteren. Het is tegelijkertijd een grote praatclub en een echte sociale kring. Maar het belang ervan komt voort uit het feit dat hier uiteindelijk het onderscheid tussen openbare en privézaken praktisch verdwijnt. De privézaken van deze kring zijn openbare aangelegenheden, en openbare aangelegenheden ervan zijn privézaken, vaak familiezaken. De kraamperiode van Margot Asquith behoort, net als die van de koninklijke familie, zoals de filosofen zeggen, tot vrijwel hetzelfde discoursdomein als een tariefwet of een parlementair debat.’ (Lippmann, Public Opinion, p. 29)

Lippmann – niet bepaald een anti-establishmentdenker – beschrijft een wereld die bestuurd wordt door een klein sociaal organisme van families voor wie familiale belangen en publieke belangen vrijwel samenvallen. De wereld wordt door hen gerund als hun privé-onderneming. Ook Huxley zag de mondiale samenleving in die richting evolueren: een oligarchie die, bijgestaan door een leger van ‘mind manipulators’, regeert onder het vaandel van de ultieme democratie.

Alle door Lippmann genoemde subculturen duiken op in de Epstein-files: de diplomatiek-politieke wereld (Clinton, Trump), high finance (J.P. Morgan, de Rothschilds), hoge militaire en inlichtingenkringen (CIA, Mossad), kerkelijke gezaghebbers (onder meer vertegenwoordigers van de Vaticaanse bank), de academische wereld (Stephen Hawking, Noam Chomsky), eigenaars van kranten en mediakanalen (Robert Maxwell) en hun vrouwen en dochters die als een soort ceremoniemeesters functioneren (Ghislaine Maxwell). Het is opmerkelijk hoe accuraat Lippmann in 1922 het internationale organisme beschreef dat nu, een eeuw later, uit het verborgene van de samenleving getrokken wordt. Misschien rest enkel nog de spirituele wereld aan de lijst toe te voegen: Deepak Chopra, de Dalai Lama.

We zeggen er meteen bij: het louter voorkomen van een naam in de Epstein-files betekent op zich weinig. Het is perfect mogelijk dat iemand een of meerdere keren wordt vermeld zonder enige betrokkenheid bij de criminele activiteiten die Epstein dirigeerde.

Openbaren de Epstein-files een groot complot? De Gentse psychiater Joseph Guislain stelde dat men de mens slechts kan begrijpen wanneer men l’envers du décor kent. Anders gezegd: de mens verschuilt zich achter façades, leeft in schijngestalten, ‘wist voortdurend zijn eigen sporen uit’. Dat is geen privilege van de elite; het is een structureel kenmerk van het mens-zijn. We verbergen onze tekorten voor de Ander, hopen dat hij ze niet ziet, verliezen ons in wie we willen zijn maar (nog) niet zijn. We spinnen zo ijverig aan onze maskers dat we ons ware gelaat niet meer zien in de spiegel en ons hele leven lang achtervolgd worden door de vraag ‘wie ben ik?’

Liefhebbers van de complottheorie zullen terecht opmerken dat tal van feiten die zij decennialang onder de aandacht probeerden te brengen – iets waarvoor zij als ‘complotdenkers’ werden geminacht – met de Epstein-files open en bloot zichtbaar worden. In die zin heeft de complottheorie gelijk: een relatief kleine groep mensen bestiert de wereld en zet hem naar zijn hand.

Tegelijk tonen de Epstein-files de limieten van het denken in termen van complotten. Ze onthullen geen strak geheime groep die een meesterplan uitvoert; ze tonen vooral een walmende mesthoop die achter de opgepoetste publieke imago’s van (een deel van) de maatschappelijke top verborgen ligt; een subcultuur die drijft op de laagste menselijke driften die zich aan elke controle en castratie door de wet onttrokken heeft.

Sommigen zullen tegenwerpen dat er op een hoger niveau wél sprake is van strakke planning. Epstein was ook maar een kleine garnaal, klinkt het. Hij gehoorzaamde aan inlichtingendiensten als de CIA of Mossad die op hun beurt instrumenten zijn in de handen van de échte wereldelite. Ik geloof dat ook op dat niveau de mate van planning structureel overschat wordt. De Church-commissie uit het midden van de jaren zeventig is instructief: zij trof in de CIA geen groot complot aan, maar een chaotisch geheel van rivaliserende diensten en cellen die elkaar beconcurreerden om middelen en prestige, vaak zonder te weten wat de anderen deden. Wat hen vooral verenigde was quasi complete afwezigheid van elke wettelijke en ethische limiet in hun strijd tegen het ‘goddeloze communisme’. Men warmde zich rijkelijk aan whisky en Cointreau tijdens deze koude oorlog, de seksuele driften werden losbandig bevredigd in projecten als Operation Midnight Climax, drugs werden overvloedig verhandeld en geconsumeerd, en in het kader van MK-Ultra werden mensen tot de dood gefolterd in groteske en zinloze ‘experimenten’ op zoek naar een waarheidsserum. Wat men allemaal niet moet doen om het goddeloze communisme te overwinnen.

De Epstein-files vormen een cultureel kantelpunt. Ze markeren een structuurmoment. We bevinden ons op een punt waarop de menselijke verhoudingen aan de top van de samenleving zo uitgehold zijn dat ze niet langer in staat zijn de schijn op te houden. Om schijn te onderhouden is een minimum aan liefde nodig. In een sociale groep bedekt men de tekorten van de leden tot op zekere hoogte ‘met de mantel der liefde’. Wielrenners bewaren de omerta als één van hen beschuldigd wordt van dopinggebruik. High society vormt daarop geen uitzondering – ze houden zo lang mogelijk het imago van hun groep schoon naar de buitenwereld toe. Als de liefde tussen individuen in een groep quasi volledig verdwijnt, stopt ook het beschermend ophouden van de schijn als iemand in de problemen komt.

Dat de Epstein-files überhaupt publiek worden, is dan ook niet zozeer het gevolg van een ‘limited hangout’ of een strategische opoffering, het is vooral het gevolg van een massapsychologisch proces. Totalitaire structuren transformeren de liefde uit de menselijke banden en transformeren haar tot collectief narcisme. Daarmee breekt uiteindelijk ook het vermogen om de schijn op te houden en valt de vuile was vanachter het gordijn. De sociale media zorgen ervoor dat de vuile was voor de hele wereld zichtbaar wordt. De traditionele pers bericht spaarzaam en selectief over de files, zoals ze dat al eeuwen doet: ze selecteert en censureert in functie van de publieke opinie die ze wil vormen. Het huidige mechanisme van online censuur volstaat nauwelijks nog; de enige oplossing zal straks zijn om de toegang tot de sociale media te beperken; eerst voor kinderen, daarna voor iedereen die een te lage social credit score heeft. Ook dat zal the High Society niet geruststellen. Ze beseft ergens dat haar pogingen tot totale controle gedoemd zijn te falen. In haar transhumanistische en technocratische hoogmoed is ze vooral wanhopig. Ze staart met verschraalde ogen in een universum dat zij herleid heeft tot een machine die zinloos en doods verder ratelt in een leeg universum.

Wat kunnen we weten?

Wat kunnen we werkelijk besluiten uit de gepubliceerde Epstein-files? Die Kantiaanse vraag wordt te weinig gesteld. Het vergt al aanzienlijke inspanning om te onderscheiden welke documenten authentiek zijn en welke vervalst. Zo circuleert er een e-mail waarin Epstein vraagt of het plan om op 8 februari 2026 de Derde Wereldoorlog te starten nog steeds van kracht is. De vermelde verzenddatum — donderdag 17 juli 2018 — bestaat echter niet. Deze mail is gefabriceerd, zoals veel van het materiaal dat nu circuleert onder de noemer van de Epstein-files.

In andere gevallen is de vervalsing subtieler. Die epistemische verwarring wordt versterkt doordat AI-platformen nogal eens authentieke documenten als vals bestempelen. Dat heeft mogelijk te maken met trainingsprocessen waarin ‘complotachtige’ inhoud reflexmatig als ‘desinformatie’ wordt bestempeld. Er circuleert een mail waarin Epstein stelt dat hij ‘veel slechte mensen heeft ontmoet, maar nooit iemand zo slecht als Trump’. ChatGPT bestempelde die mail eerst als vals, maar hij is echt. De volgende vraag is dan: wat kunnen we uit die mail besluiten? Wat betekent het als Epstein vindt dat je de slechtste mens ter wereld bent? Is Epsteins morele oordeel hier plots wél een referentie?

Wat betekent het dat figuren als Poetin of de Dalai Lama frequent worden vermeld? Wat doen we met onverzonden mails waarin Epstein beweert dat Bill Gates een SOA opliep en medicatie vroeg om heimelijk in het eten van zijn – misschien besmette – vrouw te mengen? Waarom zou dat geen gefabriceerde blackmail-constructie zijn? Wat is het statuut van anonieme berichten in de files over gewurgde en verbrande meisjes die op het landgoed van Epstein begraven liggen, of van claims dat Epstein werd opgeleid als Israëlisch spion?

In veel opzichten vormen de Epstein-files een suggestieve, nevelige wereld waarin iedereen de figuren en gedaanten van zijn eigen vooroordelen herkent. Dat versterkt de overtuiging dat alleen de eigen mening legitiem is, metselt de muur tussen mens en medemens nog een paar stenen hoger, doet de frustratie en agressie toenemen, zorgt voor angst, en voor meer vraag naar veiligheid en controle. Zo versnellen ‘wilde’ interpretaties van de Epstein-files vooral de beweging richting surveillancestaat.

Als de Epstein-files enkel een heksenjacht op ‘de elite’ ontketenen, dan zijn ze geen moment van waarheid. De files tonen niet alleen de kwaal van een elite; ze tonen een symptoom van een volledige samenleving. De aandelen van de wapenindustrie, Big Pharma, Big Tech en Big Surveillance gaan vlot over de toonbank en de pornowebsites trekken massa’s volk. Wie betaalt er het dubbele van de prijs voor kledij die niet door slavenarbeid werd vervaardigd of voor voedsel waarvoor de aarde niet met pesticiden werd doordrenkt? Dat het bankensysteem pervers is en de samenleving tot een slavenplantage omvormt – daar ben ik het mee eens. Maar hoeveel mensen ken je die hun geld van de bank halen en omzetten in pakweg fysiek goud en zilver?

Is iedereen even pervers en even schuldig? Epstein en Ghislaine Maxwell rekruteerden meisjes zo jong als 14 jaar onder het mom van “massages”, die uitmondden in seksueel misbruik. Ze dreigden, confisceerden paspoorten en dwongen tot seksuele handelingen. Het gaat niet over één of een paar gevallen, het gaat over honderden slachtoffers. Ze werden aangeboden aan beroemdheden uit de artistieke, de academicische, de spirituele en de zakenwereld die hen ‘lessen’ gaf op vlak van seksualiteit, ze moesten onderling seksuele handelingen uitvoeren voor een publiek, enzovoort. Dat is wat we nu min of meer weten, maar het is meer dan waarschijnlijk dat de realiteit grauwer en donkerder is dan dit.

Het materialistische wereldbeeld heeft een minachting voor ethiek en het zet de weg naar de top van de maatschappelijke mesthoop vooral wijd open voor zij die bereid zijn om alle ethiek overboord te gooien. Het minste dat we kunnen zeggen: de beelden en de symboliek van het discours die in de Epstein-files naar buiten komen, komen uit de meest duistere regionen van de menselijke geest; de elite doet waar de bevolking in haar meest duistere gedachten slechts over fantaseert. Zo wordt the Highest Society inderdaad the Lowest Society.