Naar de inhoud

Algemeen

Oorlog volgens de Ruben Brekelmans-methode

De oorlog van Ruben Brekelmans begint niet met tanks, maar met taal en beleidsnotities. Het is een oorlog zonder frontlijn, zonder duidelijke vijand en zonder einde. En juist daarom is Ruben er zo geschikt voor.

Door Max von Kreyfelt; bron: Facebook

Dit is geen oorlog van woede of ideologie, maar van beheer. Van scenario’s, roadmaps en escalatieladders. Oorlog als permanent beleidsdomein. Als iets wat je niet wint of verliest, maar in stand houdt. Zolang dreiging actueel blijft, blijft het systeem functioneel en het principe overeind. 

In de wereld van Brekelmans is oorlog geen uitzonderingstoestand, maar een randvoorwaarde. Iets waar je rekening mee houdt bij begrotingen, industriële samenwerking en internationale positionering. Veiligheid wordt capaciteit. Capaciteit wordt investeringszekerheid. En investeringszekerheid vraagt om continuïteit. Vrede is daarbij vooral een risico: moeilijk planbaar, lastig te verkopen en slecht voor de lange termijn.

Zijn oorlog is netjes. Georganiseerd. Professioneel. Ze heet “afschrikking”, “weerbaarheid” en “strategische autonomie”. Woorden die geruststellen omdat ze technisch klinken. Morele vragen verdwijnen, of ze worden uitgesteld. Eerst de dreiging managen, dan zien we wel verder. Dat “verder” komt zelden.

Deze oorlog heeft ook geen burgers, alleen stakeholders. Geen slachtoffers, alleen nevenschade. Geen keuzes, alleen noodzakelijkheden. Alles is onvermijdelijk, en wie dat betwijfelt, begrijpt de complexiteit niet. Of de realiteit. Of beide.

Wat deze oorlog zo effectief maakt, is dat hij geen vijand nodig heeft die daadwerkelijk aanvalt. De mogelijkheid is voldoende. De permanente staat van “wat als” rechtvaardigt hogere budgetten, versnelde besluitvorming en minder lastige vragen. Democratische controle wordt dan geen recht, maar een vertraging.

In deze oorlog is neutraliteit verdacht, twijfel gevaarlijk en terughoudendheid onverantwoord. Diplomatie mag meedoen, zolang ze geen alternatief wordt. De-escalatie is toegestaan als woord, niet als richting. Want richting suggereert een eindpunt en deze oorlog heeft dat niet.

De oorlog van Ruben Brekelmans is daarmee geen oorlog tegen een ander land, maar tegen onzekerheid zelf. Tegen ambiguïteit. Tegen alles wat zich niet laat vangen in modellen en plannen. Het is een oorlog die perfect past bij een bestuurder die is opgeleid om systemen te optimaliseren, niet om ze moreel te bevragen.

En het meest opmerkelijke: deze oorlog hoeft nooit officieel te worden verklaard. Ze loopt al. In begrotingen. In partnerschappen. In taal. Ze vraagt geen mobilisatie van burgers, alleen van middelen. Geen instemming maar slechts offerbereidheid.

Dat maakt haar zo gevaarlijk en zo comfortabel tegelijk.

Want dit is een oorlog die niemand wil, niemand wint en niemand beëindigt.

Maar wel één die alles onder druk en discipline herschikt.